Tureluurster/ mei 17, 2019/ Schrijftips/ 0 commentaren

Ooit al de opmerking gekregen dat je tekst nogal log en traag overkomt? Dat je verhaal regelmatig lijkt stil te vallen? Dat er weinig beweging in je personages zit?
Ja?
Dat kan meerdere oorzaken hebben. Misschien gebruik je te veel flashbacks (op de verkeerde momenten). Misschien denken je personages te veel en doen ze te weinig. Misschien rijg je te veel bijzinnen aan elkaar…
Of … misschien gebruik je simpelweg te vaak passieve zinsconstructies. 

Wat is nu precies het verschil tussen de actieve (bedrijvende) en de passieve (lijdende) vorm? 

Een voorbeeld:

Annie koopt een brood.     VERSUS      Het brood wordt gekocht door Annie.

De eerste zin is actief omdat onderwerp ‘Annie’ actie onderneemt.
De tweede zin is passief omdat onderwerp ‘het brood’ actie ondergaat.

Meestal verdient de actieve vorm de voorkeur boven de passieve, lazen we bij de tips van Stephen King.
‘Meestal’. Niet ‘altijd’. Soms is een passieve zin gewenst, nuttig of broodnodig om de aandacht af te leiden van de handelde persoon.
..

Een voorbeeld:

Bert raakte Ali met een bierpul.     VERSUS     Ali werd geraakt door een bierpul (van Bert).

Mogen of moeten we weten wie Ali raakte, dan werk je best actief. Is het interessanter voor je verhaal dat we de dader (nog) niet kennen, dan werk je passief.

Ook als we de schijnwerper willen richten op een bepaald personage kan de passieve vorm handig zijn. Als het in de voorbeeldzin hieronder draait om de vrouw, dan gebruiken we een actieve constructie. Willen we focussen op de groenteboer, dan werken we best passief.

…..Zie je die vrouw met dat rare hoedje? Ze bekogelde de groenteboer met courgettes.
…..Zie je die groenteboer? Hij werd bekogeld met courgettes (door die vrouw met het rare hoedje)

Actief versus passief is dus gewoon een kwestie van weten wat je wil!

Meer tips?

Even geduld. Ze komen eraan …

 

 

Deel dit bericht

Reageer hier