Tureluurster/ mei 20, 2019/ Schrijven en ik/ 4 commentaren

We zaten in een Amsterdamse kroeg waar schrijvers zich verdringen om elkaar zwart te maken.
Ik zat in een hoekje klein te wezen. Tegenover mij zat de grote A.F.Th. minzaam te glimlachen.
‘Je moet ’s ochtends schrijven, Ingrid. Meteen na het opstaan voor je pc gaan zitten. De stoorzender die ‘leven’ heet geen kans geven!’
Ik knikte – met twijfel in mijn ogen, vermoed ik.
Hij legde zijn hand op de mijne en gaf me een vaderlijk kneepje. ‘Neem het van me aan,’ zei hij. ‘Gewoon even doorbijten. Ik weet waarover ik praat.’
Daaraan twijfelde ik geen seconde. Hij lag honderdduizenden woorden op me voor; al werd ik ouder dan Methusalem, ik zou hem nooit kunnen evenaren.
‘Ik zal het proberen,’ zei ik.

 

Helaas … bij mij werkt het niet. Hier in Gent heeft de ochtendstond geen goud in de mond, en al helemaal geen schitterende volzinnen. Vóór een uur of tien zit ik simpelweg niet in mijn lijf.
Hoe ik dat weet?
Wel … ik maak koffie zonder water, haal tomaten uit de koelkast om er sinaasappelsap van te persen, smeer confituur op een broodplankje, en poets mijn tanden met scheercrème. Allemaal dingen die nooit zouden gebeuren, mocht ik wél in mijn lijf zitten.
Daarom verdoe ik de vroege uurtjes meestal met hartenjagen en kranten scrollen. Zelfs dat loopt niet van een leien dakje, want op de ene of de andere manier vinden mijn ogen mijn hersenen niet – en omgekeerd. Het eerste wat deze morgen binnendruppelde, was een jobaanbieding. 


 GEZOCHT: VROUWENAFWERKER.

 

Pas drie koppen koffie (mét water) later, zag ik wat er écht stond: VOUWER/AFWERKER.

 

Nee, doorbijten heeft geen zin, vrees ik. Een ochtendschrijver zal ik nooit worden …

 

Deel dit bericht

  1. LOL (LuidOp Lachend)

    1. Het verborgen humoristische leven van de schrijver … zoiets …

    1. Eigenlijk is dat getreuzel ‘s morgens ook wel zalig, ik durfde het alleen aan niemand vertellen …

Reageer hier