Lesje geleerd…

Tureluurster/ mei 29, 2020/ Geen categorie, Schrijven en ik/ 8 commentaren

Er zijn veel dingen waar ik slecht in ben. Ik kan geen Ikea-meubelen monteren (zelfs niet de allersimpelste), ik spreek geen enkele vreemde taal foutloos, ik slaag er niet in om een biefstuk saignant te bakken, ik kan niet naar De Kampioenen kijken zonder jeuk te krijgen… Ik lig er niet wakker van. Wat ik niet kan, schuif ik tegenwoordig aan de kant. Ik koop kant-en-klaar-kasten, maak me verstaanbaar in koeterwaals, eet bonen in plaats van vlees en laat de televisie uit. Op schrijfvlak maak ik het mezelf minder makkelijk. Daar voel ik constant de neiging om ook dingen te proberen die me niet echt liggen. Zo kan ik bijvoorbeeld niet vooraf een verhaal uitdenken. Het vage idee dat me op een bepaald moment naar de computer drijft, moet al schrijvende groeien. … Op zich is dat niet echt een probleem. Eerder het tegendeel. Omdat ik nooit vooraf weet wat er de volgende bladzijde zal gebeuren, blijft schrijven een ontzaglijk spannende bezigheid. Weet ik op een bepaald moment toch waar het verhaal heen gaat – meestal is dat ergens halverwege – dan is een stuk van de lol er meteen af. …Het…

Lees verder...

Eindelijk mijn kop in de juiste richting…

Tureluurster/ mei 23, 2020/ Schrijven en ik/ 6 commentaren

Negenendertig was ik, toen een mooie man met een diepe frons me toesnauwde dat ik me op ‘mijn leeftijd’ geen korte rokjes meer kon permitteren. … ‘Mijn leeftijd?’ … Hij keek me lang en doordringend aan. ‘Middelbaar’, zei hij toen. Ik was er weken lang niet goed van. Kon me een leven in broeken of lange rokken niet voorstellen. Kon me eigenlijk géén leven meer voorstellen. In de spiegel zag ik een gezicht dat ik niet kende, een gezicht vol craquelé. … Ik zocht naar middelen om mijn vel af te stropen. Onder dat vel zat de  ‘ik’ die ik wilde zijn, de ‘Ik’ die ik naar mijn gevoel wás. De jonge ‘ik’. De rancuneuze uitspraak (al besefte ik pas later het rancuneuze) van de mooie man heeft me jarenlang parten gespeeld. Ik wilde niet meer verjaren. … Elk jaar bracht een nieuwe lading ‘jonger dan ik’. … Elk jaar duwde me dieper de vermaledijde grijze zone in. Er waren momenten dat ik snakte naar de duivel. Ik zou mijn ziel, mijn zelf en nog veel meer verkocht hebben om de verrimpeling te stoppen, om weer ‘mezelf’ te kunnen zijn. … Helaas,…

Lees verder...

Corona met een kransje… Nanou

Tureluurster/ mei 10, 2020/ Schrijven en ik/ 8 commentaren

Soms ben ik gewoon blij – met niets. … Blij met de zon op mijn wang, blij met een sprietend peterseliezaadje of met een schone woordspeling. … Soms is de blijheid foetsie. Dan kan ik twee dingen doen: … – In de keuken mokken tot die mok barst. … – In de voortuin mokken tot die mok aan diggelen wordt geslagen. Afgelopen zaterdag koos ik het laatste. … Goeie keuze! Binnen de vijf minuten was mok gesneuveld. Dank zij Nanou… Nanou is vier, denk ik. Of vijf. Dat weet ik niet precies. Hoe dan ook… Jong genoeg om een eigen wereld te hebben zonder zich daarvoor te schamen. Doorgaans speelt ze ongezien in de achtertuin. Nu – met alle corona-beperkingen – mag ze ook op de stoep. … Ze draagt blozende wangetjes, een jurkje met een konijnentekening, zilveren sandaaltjes en een  lach-grage mond. Achter haar aan hobbelt een waterfles – aan een stevig touw. … ‘Ik heb een hond!’ roept ze al van ver. De blijheid spat van haar af. ‘Kijk.’ Ze houdt de fles voor mijn neus. ‘Lief, hé?’ … ‘Super’, zeg ik – niet van harte. ‘Een waterhond nog wel.’…

Lees verder...

Wat die verdomde Corona met ons doet: een voortuin-scène…

Tureluurster/ mei 5, 2020/ Schrijven en ik/ 2 commentaren

Soms ben ik gewoon blij – met niets. … Blij dat ik niet in een ommuurde villa woon. Blij dat de stand van de zon me tegen aperitieftijd naar de voortuin dwingt. Aperitieven was nooit zo gezellig als nu – in Coronatijd. Veel gekwebbel en gegiechel en geroep van tuin naar tuin. Het leven zoals het vroeger was… En dan is er ineens die azijnpisser. Een passant die het duidelijk niet begrepen heeft op buurtleven. Een passant in joggingpak. Hij staat wijdbeens op de stoep en bekijkt me alsof ik een mislukte hondendrol ben. Zijn neus krult van afschuw. ‘Gij leest.’ Het is geen vraag. … ‘Gelukkig wel’, zeg ik. … De zucht die daarop volgt, komt recht uit zijn navel. ‘Woorden zijn niet meer dan aaneengeplakte letters, dame. Verwaarloosbaar.’ Hij laat zijn kont op mijn tuinmuurtje zakken, masseert zijn kuiten. … Ik spoel mijn ergernis door met een slok rode wijn. … ‘Ook dat nog’, zegt hij. ‘Alcohol is de snelweg naar besmetting,  87% van de overledenen dronk te veel. Wist ge dat? Ik ga u aangeven.’ … Er kruipt spanning in mijn hoofd, en stilte in de straat. Niemand praat…

Lees verder...

Onze grootste vijand – ook nu!

Tureluurster/ maart 17, 2020/ Schrijven en ik/ 6 commentaren

Ik zou graag uit de grond van mijn hart beweren dat het Corona-gedoe me koud laat. Het zou een leugen zijn, en ik wil niet liegen. …Nee, ik lig hier niet te kronkelen van angst. Het is niet eens het virus ‘an sich’ dat me bezwaart. Iedereen moet dood. Ooit. Of aan kanker, of aan een hartaanval, of aan Corona (ja, ja, momenteel mét hoofdletter), of aan ouderdom. Ik heb daar weinig problemen mee. Was iedereen ‘eeuwig’, dan was ik er niet geweest – wegens geen plaats. Nee, het zijn vooral de consequenties van Corona die me de adem benemen: de boycot van ons (sociale en andere) leven. Al kan het ook zijn dat ik word gegijzeld door ‘het-Belg-zijn’ of door ‘het-ik-zijn’. Verboden geven me goesting… Daarom deze parabel – met expliciete dank aan mijn tandarts Yonnie Sigiez die met dit verhaal het boren en pulken veel aangenamer maakte. Lang-lang geleden, in de tijd dat de dood zich nog niet verstopte, reisde Meneer De Pest door het land. Op een sombere lentedag stond hij voor de poorten van Kadef. …De wachters stuurden hem weg. ‘Vergeet het’, zeiden ze. ‘Je komt er niet…

Lees verder...