Het Verweesde Kind 7 – het finale mirakel

Tureluurster/ augustus 5, 2022/ Schrijven en ik/ 4 commentaren

Soms liet het Verweesde kind zich ook van een totaal andere kant zien. Martine die het jaar erop bij het winnende team zat, veegde alle bijgeloof op een hoopje, gaf het doek een ereplaats in haar slaapkamer, en werd daarvoor beloond met de prins van haar dromen. Charlotte die niet wilde onderdoen voor Martine, kreeg de nacht nadat ze het Kind had bemoederd, te horen dat ze als beste uit haar laatste sollicitatieronde was gekomen, en mocht beginnen aan een uitdagende job. Betty’s slapeloosheid verdween als sneeuw voor de zon na de passage van het Kind. Luc, die wilde meegenieten van al die wonderen, had minder geluk. Zijn nachtje met het Kind leverde hem een nooit eerder geziene aanval van hooikoorts op.
Was het Kind seksistisch? Had het iets tegen mannen?
 We hebben het niet uitgetest. Vanaf dat moment werd de quiz een vrouwenonderonsje.

Het is gek hoe een zelf in het leven geroepen verhaal mythische allures kan krijgen, hoe mensen er toe neigen hun eigen verzinsels te gaan geloven, zelfs al zijn er tientallen aanwijzingen van het tegendeel.
In minder dan twee jaar werd het Verweesde Kind onze dierbaarste mascotte, en kreeg het een ereplaats naast de staande klok die – niettegenstaande het feit dat alle binnenwerk ontbrak – minstens één keer per verblijf begon te klingelen.
Ik zei het al: het klooster van Wavreille is een plek vol wonderen.

Dit verhaal eindigt ontzettend mooi – vind ik zelf.
Luc, Betty en Charlotte bedachten het plan om mij het doek cadeau te doen, en vroegen aan mevrouw G, de vrouw van de intussen overleden huisbaas of ze het konden kopen. Die beloofde erover na te denken. Ze twijfelde – emotioneel.
Emotioneel? Bij zoiets.
Hoe het zat, kwam ze ons die laatste week persoonlijk vertellen.
‘Nee, grote kunst is het niet, maar het is geschilderd door de moeder van mijn echtgenoot. Het kind op het doek is hij. Ik ben…’ Ze slikte even. ‘Ik ben naar het kerkhof gegaan om hem te vragen wat ik moest doen, en hij wil dat u het krijgt. Hij mocht u graag. U bent de enige van alle huurders die hij elk jaar ging bezoeken en die hij aansprak met de voornaam. Madame Ingrid.’ Ze slikte nog eens.
Ik ook.
‘Het is voor u, neem het mee, geef het een goed plekje, zorg ervoor. Kom, we drinken er eentje op.’ Ze haalde drie flessen champagne uit haar auto. ‘Dat zal hem plezier doen.’
Toen ik een half uur later naar de living liep om mijn cadeau nog eens te bekijken – met de nieuwe ogen die elk inzicht oplevert – bleek het schilderij verdwenen.
Niet te geloven, en toch waar!

De rest van de week hebben we ons het hoofd gebroken over deze verdwijning, maar al dat breekwerk loste niets op. Het doek was weg en bleef weg. Het zette een klein dompertje op de vreugde.
En toen, de allerlaatste avond…  We waren net begonnen aan het hoofdgerecht toen de bel ging. Ik wierp een blik door het raam. Niemand te zien. Voor alle zekerheid trok ik toch maar de voordeur open. Daar, op de mat, lag het: Het Verweesde Kind.

Niet te geloven?
Inderdaad.
Niettemin: écht waar, zo waar als ik hier nu zit te tikken.
Wie, wat, hoe, waarom?
Op al die vragen blijf ik jullie het antwoord schuldig.
Neem het gewoon van me aan: de wonderen zijn de wereld nog niet uit, en Wavreille spant de kroon.

 

EINDE

 

Deel dit bericht

  1. Onverwachte diepgang verbonden aan het ‘Verweesde kind’… Mooi !

    1. Daar doen we het voor, hé Joos!

  2. De verweesde lezer genoot 7 stukjes lang.

Reageer hier