Tureluurster/ september 25, 2019/ Schrijven en ik/ 2 commentaren

‘Jij ziet enkel wat je wíl zien’, zeggen ze vaak tegen mij.
Klopt. Zelfbescherming heet dat.
Horen wat ik wíl horen, is iets moeilijker. Daarom ga ik zo graag naar het buitenland.
Het meeste buitenlands versta ik niet al te best. Ik pik hier en daar wat woorden op en fabriceer er mijn eigen verhaal mee – dat altijd gelukkig eindigt. Mijn buitenlandtechniek, noem ik dat.
Idem dito voor anderstalige liedjes. Ik neem aan dat Engelse songs vaak even melig zijn als Vlaamse schlagers, maar ik heb er nooit last van. Met mijn buitenlandtechniek kom ik altijd tot toppers!

En dan duikt er ineens iemand op die wél goed Engels spreekt.
Ik brul net luidkeels mee met Joe Cocker. ‘You can leave your…’
‘Je weet toch waar dat over gaat?’ vraagt hij.
‘Ja, hoor’, zeg ik. ‘Striptease. Zo slecht is mijn Engels nu ook weer niet. Trouwens, die muziek zegt genoeg.’
‘Ga je gang’, lacht hij.
‘Baby, take off your dress.’ Mijn jurk dwarrelt op de vloer.
Hij klapt in zijn handen.
‘You can leave your head on!’ Mijn hand gaat naar…
‘Hat’, zegt hij.
‘Wat?’
‘Jij zong head. Hoofd.’
‘Ja, en dan?’
‘Het is hat. Hoed.’
‘Maar ik dacht… Het was net zo super dat zij daar stond te strippen, en dat hij alleen oog had voor haar gezicht. Nu is het gewoon…’
Hij haalt zijn schouders op.
Joe Cocker stopt met zingen. Ik met strippen. Het is om zeep.

Wat moet ik met een hoed? Daar groeien niet eens verhalen in!

Deel dit bericht

  1. Haha Ingrid. Ik zie het zo voor me!

    1. Ik ook nog altijd;-)

Reageer hier