Tureluurster/ augustus 21, 2019/ Schrijftips/ 0 commentaren

Iedere therapeut kan het u vertellen: we ‘maren’ te veel.
‘Natuurlijk zie ik je graag, maar…’
‘Eergisteren heb ik mezelf op dieet gezet, maar…’
Waarmee zowel de liefde als het dieet aan een zijden draadje komen te hangen.
Ik hoor dus niet graag ‘maartjes‘ en nog minder als die drie puntjes in de lucht blijven hangen. Toch kan ik er niet omheen: op papier is ‘maar’ het woord dat me het vaakst aan het lachen brengt. 

Twee voorbeelden uit de krant…
‘Alex was gepassioneerd door politiek, maar goed in bed.’
Zo stond het er – letterlijk!
Probeerde de schrijver nu écht te vertellen dat politici er doorgaans niet veel van bakken tussen de lakens? Of gebruikte hij maar waar het en moest zijn?
Toen ik even later las: ‘Hij studeerde rechten, maar kon niet van de vrouwen blijven.’ wist ik hoe laat het was.
Jullie ook, mag ik hopen!  

………‘Alex was gepassioneerd door politiek, maar goed in bed.’
Maar‘ is, net als ‘en‘, een nevenschikkend voegwoord, een verbindingswoord dat gebruikt wordt om woorden, woordgroepen en zinnen aan elkaar te linken in een nevenschikkend verband. Een soort van lijm dus – en zelfs een onervaren klusser weet dat hij problemen krijgt als hij zijn brievenbus aan de muur bevestigt met papierlijm. Tijd dus dat ook schrijvers behoorlijk leren lijmen!

Meer weten over zinnen voegen, woordsoorten, taalkundige opbouwlogica enzovoort…
Het is allemaal te vinden in ‘Je verhaal in de juiste taal’.

Deel dit bericht

Reageer hier