Kroniek van een aangekondigd huwelijk – 39

Tureluurster/ juni 14, 2023/ Geen categorie/ 2 commentaren

Als een mens eenmaal in de overkookfase belandt, loopt het mis. Of het nu gaat over een (zogezegd) verdwenen kind of over een (schijnbaar) bedrieglijk lief, het maakt niet uit. Overkokende hersenen zouden verboden moeten zijn, dat schreef ik al.

Die van mij kookten niet over, ze stoomden, ze verdampten, ze reduceerden me tot een redeloos wezen. Keer na keer herlas ik die knoeimail, zonder te zien wat ik van bij het begin had moeten zien: mijn lief was op bezoek geweest bij ‘het mens’. Minstens twee keer had hij de helft van het land doorkruist om haar te zien, en daar had hij me niets over verteld.
Normaal gezien had dat besef moeten aankomen als een sloophamer. Het liep anders. Mijn hoofd zei ‘Ah, zo zit dat!’ Ik nam mijn agenda erbij en begon te spitten. Welke weekends met een 16e erin waren we NIET samen geweest? Slechts eentje, ontdekte ik. Halverwege juli – toen ik een schrijversgroep coachte in de Ardennen. Mijn agenda vermeldde: DD ook in Dardennen.
Ik dook terug in de tijd, hoorde hem zeggen: ‘als jij er dan toch niet bent, ga ik een weekendje wandelen.’ Zelfkastijding vond ik dat. Moederziel alleen door de bossen dwalen, het leek me de hel.
Hij had me elke dag gebeld – of ik hém. Ik had hem nog gevraagd of hij het niet beu vond, die zwijgzame bomen, en waar hij logeerde. ‘Simpele, maar leuke B&B. Alles prima!’ Hij had gelukkig geklonken, en dat had mij ook blij gemaakt. Als bomen dat effect op hem hadden, zou ik eens zien of er nog eentje bij kon in ons mini tuintje.
Nu was blijheid ver te zoeken. Ik was ervan overtuigd geweest dat hij niets had met Erna, maar dat kwam nu weer op de wip te staan. Als hij niets met haar had, waarom loog hij dan … Mijn hersenen gingen over van redeloos naar radeloos. Mijn lijf volgde. Eten werd een marteling, werken bleek onmogelijk. In minder dan vierentwintig uur werd ik een dégénéré, gespecialiseerd in niet te controleren kolere.

Toen hij op vrijdag arriveerde, ging ik direct in de aanval – zonder hem zelfs maar een aperitief uit te schenken. ‘Jij hebt godverdomme met dat mens afgesproken. Je hebt bij haar gelogeerd. Jij bent gewoon …’ Ik raakte mijn kluts kwijt.
‘Een godverdomse stommeling,’ maakte hij mijn zin af, ‘maar geen bedrieger. Of je het nu gelooft of niet, ik heb geen relatie met haar, en ik ben ook niet verliefd op haar.’
‘Dat geloof ik,’ zei ik, en het was nog waar ook. Hij wás geen bedrieger, hij had er de ogen en het hart niet voor. Eigenlijk wilde ik hem vastpakken. Ik deed het niet. Voor lievigheidjes lag alles in mij nog te veel overhoop. ‘Waarom loog je?’
‘Het was niet echt liegen, ik verzweeg. Zoals jij soms. Mails gaan lezen om sigaretten te kunnen paffen.’
‘De zaken niet omkeren, hé. Niet over mij beginnen.’
‘Ik weet het.’ Hij zuchtte. ‘Dat zeg ik ook altijd tegen jou.’ Hij zag er even moe uit als ik me voelde.
Het zou een zware avond worden, snapte ik. Breken of gebroken worden. Lijmen of lostrekken. Trouwen of weglopen. Het zou niet van mij afhangen, ook niet van hém. Het had met ‘ons’ te maken.

(wordt vervolgd)

 

Deel dit bericht

  1. Pfft, je houdt de spanning er wel in. Bij een boek kan ik zien hoever ik al ben – wanneer het einde nadert – maar hier…

    1. Dit is een afspiegeling van het gewone leven, hé;-) Soms zou ik ook wel liever een boekenleven willen hebben…

Reageer hier