Tureluurster/ oktober 29, 2019/ Schrijven en ik/ 6 commentaren

Wie niet schrijft, heeft compassie met schrijvers of vindt hen uilskuikens.
Ik begrijp die mensen. Hele dagen op je eentje voor een computer, wie houdt daarvan? Niemand toch?

Schrijvers kijken er anders tegenaan. Die zoeken de eenzaamheid, de pinkende cursor, het broeden op verhaallijnen en personages – zeggen ze…

Of dat waar is?
Dat betwijfel ik ten zeerste. Schrijven vraagt ontzaglijk veel discipline, en er zijn er niet zo veel die daarop kicken. De meeste schrijvers houden het enkel vol omdat ze een doel voor ogen hebben: uitgegeven en gelezen worden, in de winkel liggen, goeie recensies krijgen. Na de arbeid een spetterend feest met veel hoera’s, dat maakt alles goed – denkt hij of zij.

Of dat waar is?
Ook daar heb ik mijn twijfels over. Met het tikken van een eindpunt stapt een schrijver uit een zelf gecreëerde wereld waar het goed toeven was. Hij komt pardoes in de dagdagelijkse realiteit terecht, een realiteit met onbetaalde rekeningen, relationele crises en lezers die hij moet verleiden om voor hem te kiezen – een realiteit als een zwart gat.

In zo’n gat zit ik nu. Verzopen, gekraakt en ook nog eens onzichtbaar (door al dat zwart, niet waar!)
oVoor mij is Cecilia af, maar bij niet-schrijvers moet ze nog worden gelanceerd, iets waar ik niet goed in ben. Het past simpelweg niet in de wereld waarin ik het liefst vertoef. Als er iets is dat mij ooit van schrijver in niet-schrijver kan veranderen, dan is het dat zwarte gat: de klepperende kaken van de realiteit die mijn universum aan stukken bijten.

De remedie?
Een goed boek! Een boek dat met evenveel zweet is geproduceerd als het mijne, een boek van een schrijver die na het tikken van zijn/haar eindpunt ook in de dieperik viel. Een boek van een schrijver die uit het gat ontsnapte door lezers (als ik).
Daarnet tikte ik een mailtje naar een mij totaal onbekende Franse madam om haar te vertellen dat haar boek me even liet overleven. Binnen de tien minuten had ik antwoord: ‘vous colorez ma  journée  en rose’

De moraal: laat het (als lezer) niet aan de journalisten over om schrijvers gelukkig te maken. Doe het zelf!

Deel dit bericht

  1. Ik ben nu wel benieuwd wie die Franse schrijfster en welk boek het is Ingrid …

    1. Dat fluister ik in je oor de eerstvolgende keer dat ik je zie, Betty;-)

  2. Ik voel me altijd te beschroomd om schrijvers te laten weten dat ik hun werk apprecieer. Verder dan een gemompeld ‘Ik vind het boek erg goed’ ben ik nooit gekomen. Daar moet ik dus écht verandering in brengen. Dankjewel voor de post Ingrid!

    1. Die kwam recht uit het hart, Sofie!

  3. Zal ik jouw dag eens goed maken? Niet langer dan een jaar geleden stuurde ik jou twee korte verhalen om na te lezen, in de overtuiging dat ik de nieuwe Grunberg was. Dat was ik niet, dat zal ik ook nooit zijn. Dat gaf je me onomwonden te verstaan. Maar je zei ook: ‘Wat je mist, is techniek, en die is te verwerven. Zo gaat het met schrijven. Je hebt er interesse voor en aanleg, en die aanleg moet ontwikkeld worden.’ Sindsdien schrijf ik elke dag. Eén van mijn korte verhalen is intussen gepubliceerd in een verhalenbundel. Ik heb een manuscript dat ik binnenkort naar enkele uitgeverijen stuur. Wordt het gepubliceerd? We zullen zien. Maar ik weet dat ik iets bereikt heb waar ik zonder jouw wijze woorden nooit toe zou zijn gekomen. En een zwart gat? Daar zijn zeep en douches voor.

    1. Hey André, dat is een compliment dat kan tellen. Bedankt!
      Mijn gat ziet er ineens wat lichter uit…

Reageer hier