Tureluurster/ juni 17, 2019/ Schrijftips/ 2 commentaren

Lena heeft een vader dat zich verkleedt als vrouw, een moeder dat de broek draagt, en een zusje die haar vriendinnen probeert te versieren.
Lena is dan ook  een West-Vlaamse.
Wat niemand verwondert. Hoe averechts Gentenaars zich ook kunnen opstellen … hun die’tjes en datjes zitten meestal juist.

De regel is nochtans eenvoudig. Naar ‘de-woorden’ verwijs je met die, naar ‘het-woorden’ verwijs je met dat.
Simple comme bonjour.
Op voorwaarde …dat je de- en het-woorden herkent, iets waarmee West-Vlamingen het blijkbaar nogal moeilijk hebben. 

Of er trucjes voor bestaan?

Ja!
– Polygaam worden (in het meervoud gebruiken we altijd ‘die’)
– Minimalistisch gaan leven (verkleinwoorden vragen om ‘dat’)
– Voor landbouwer studeren (vruchten, bomen en planten zijn bijna altijd de-woorden)
– Speelvogel worden (naar sporten en spellen verwijzen we meestal met ‘het’)
– Of – voor de doorzetters – de lijst met de- en het-woorden vanbuiten blokken.

 ‘Wie het Nederlands als moedertaal heeft, weet meestal vanzelf of een woord de of het krijgt,’ verkondigt Taalnet, ‘maar voor buitenlanders die het Nederlands willen verwerven, is het voor het grootste deel een kwestie van uit het hoofd leren.’

Conclusie?
Wie dit jaar naar het zeetje op vakantie gaat, mag met recht en rede verkondigen dat hij naar het buitenland vertrekt!

 

Deel dit bericht

    1. Jij woont in een kleine uithoek binnenland, Chantal …

Reageer hier