Cecilia was niet lang naar school geweest en ze wist niets af van zwaartekracht. Ze wist maar één ding. Iets of iemand trok haar weg van de hemel, weg van haar man, en dat moest stoppen. Ze kronkelde als een paling om te ontsnappen aan dat iets of iemand. Het hielp geen zier. Ze bleef vallen. Dwars door de donderwolk, rakelings langs de gekrompen berg, voorbij de kauwen en de kraaien, richting Droogdorp. Ze zoefde recht op de kerktoren af. Eigen fout, dacht ze. Ik had meer van die eiwit-muggen moeten eten. Ze kneep haar ogen dicht.

Nog geen twee seconden later dook Boeran onder haar rok. Op slag vergat Cecilia dat ze bezig was met dood te vallen. 
   ‘Ben je betoeterd!’ schreeuwde ze. ‘Blijf van mijn billen af!’
   Boeran kuchte. ‘Zou je me niet beter bedanken?’
   Cecilia trok haar ogen open. Ze hing net boven de kerktoren, en wiegde zacht heen en weer.
   ‘Waar zet ik je af?’ vroeg Boeran. ‘Thuis of daar?’ Hij wees naar beneden.
   ‘Waar is daar?’ vroeg Cecilia. ‘Ik zie alleen rok.’
   ‘Prima parachute’, zei Boeran. ‘Goed dat je geen jeans droeg.’ Hij kantelde haar een beetje.
   Cecilia strekte haar nek en gluurde over haar rok heen. Het plein bij de kerk zag zwart van het volk. Allemaal wezen ze naar boven.
   ‘Nee,’ zei ze, ‘dat is me te druk. Ik wil naar de Hoogste Hemel.’
   ‘Ben je gek!’ lachte Boeran. ‘Levende mensen… ’ Toen dacht hij aan de ravage in Cecilia’s huisje. Aan de kapotte paraplu’s en koekoeken. Nee, daar kon hij haar niet heen brengen. Hij zoog zich vol lucht en begon te blazen.

Cecilia Evarista Hemelsoen is zo zuur als een haring op azijn. Ze komt nooit haar huis uit, zit hele dagen voor de televisie en leeft op pizza en cola. Haar buik is dikker dan tien konijnen.
Al jaren droomt ze van een bezoekje aan haar man. Niet eenvoudig! Hij woont namelijk in de hoogste hemel en zij kan niet vliegen. Tot… ze hulp krijgt van Moeder Natuur! Die is de mensen en hun vervuiling beu en besluit om wat te sjoemelen met de zwaartekracht. Cecilia gaat de lucht in. Dolgelukkig!
Helaas… haar geluk is van korte duur. De zwaartekracht krijgt haar alsnog te pakken. Ze stort neer.
Het is het begin van een waanzinnige reis door de verkeerde hemels, bevolkt door wolven en steenbokken, eigengereide bomen, griezelspinnen, verliefde vuurvliegen, brullers en glibbervissen.
Een reis tijdens dewelke Cecilia beetje bij beetje minder haring en meer mens wordt.