Je verhaal in de juiste taal is géén stijlboek, evenmin is het een spraakkunst of een schrijfgids. Het is wat het is: een richtingwijzer.

Na meer dan twintig jaar lesgeven kan ik er niet meer omheen: dagelijks haal ik dezelfde fouten uit diverse teksten. Dagelijks leg ik uit wat het verschil is tussen hen en hun, tussen die en dat. Dagelijks hoor ik mezelf expliceren waarom een onvoltooid deelwoord niet past in een actiescène, en hoe je ervoor kan zorgen dat een tekst als coherent wordt ervaren.

Vandaar deze richtingwijzer.

Ik had de klus onderschat, moet ik bekennen. Honderden uren heb ik grammaticaboeken en taalsites geraadpleegd.

De uitdaging?

Op een simpele manier uitleggen wat niet altijd simpel kan worden ‘aangevoeld’: lezerspsychologie, zinsontleding, woordontleding en stijlmissers.

Het resultaat is – ik zei het al – een richtingwijzer. Een boek dat je uitlegt waarom zin 1 vóór zin 2 staat, en niet erna. Waarom je tangconstructies vermijdt (en wat tangconstructies zijn!). Waarom je toch beter even in je goede oude grammatica duikt, alvorens je meesterwerk neer te pennen.

Mijn bronnen:

  • Steven Pinker: gevoel voor stijl.
  • M. Klein & M. Visser: handboek verzorgd Nederlands.
  • Onze taal: Grammatica.
  • Bransford & Johnson: Contextual Prerequisites for Understanding.
  • Stephen King: Over leven en schrijven.
  • VRT Taalnet.
  • Het ‘internet’.
  • Mijn hoofd.