Waar wij onszelf naartoe katapulteren …
Gisteren was een prachtige dag. Blauwe lucht, wattige wolken, zwoele wind. Ideaal fietsweer.
… Ik had een nieuwe jeans nodig. De mijne had een gat zo groot als mijn knie, en – mode of niet – gatenbroeken vind ik vreselijk.
… Ik fietste dus naar de Levi’s winkel in de Veldstraat, trof daar voorwaar een verkoopster met humor. Ja, soms zit het leven mee.
Op de terugweg stopte ik om een sliert toeristen te laten oversteken. Vijftigers en zestigers die duidelijk genoten van wat Gent te bieden had. Voorop liep een pronte madam met een Italiaans vlaggetje in haar hand.
… De sliert werd gesloten door een koppel dat al duidelijk jaren verliefd was. Ze gaven me een duimpje omdat ik hen had doorgelaten.
… ‘Bella cittá, no?’ zei ik.
… ‘Parla Italiano?’
… ‘Qualche parole’
… Ze bleven staan. Halverwege het zebrapad. Alles verstond ik niet. Het meeste wel. Hoe mooi het hier was, met al die speciale gebouwen en al die leuke winkeltjes. Ik werd er instant blij van.
… Intussen was de rest van de sliert al een andere straat ingedoken. ‘Daar,’ wees ik, toen ze verschrikt opkeken. Haastig liepen ze achter hun groep aan.
En ik, ik voelde me ineens ongelooflijk content. Zomaar. Door het weer, door de schoonheid rondom mij, door de babbel.
Wat ik me afvraag.
Blijft dat bestaan als we allemaal ‘en masse’ online gaan en blijven kopen?
Ik vrees ervoor. Kijk maar!