De wijde wereld in – 2026 – Retour …

De morgen erna begonnen we aan de terugweg. We hadden die in één keer kunnen afleggen, maar we kozen voor traag. En vooral: we wilden onze vakantie afsluiten in le Chalet Du Bel Event, bij de twee Amerikaanse broers die we een jaar tevoren hadden leren kennen.
… Het miezelde toen we vertrokken, miezel die overging in slagregen toen we op de autosnelweg waren. Halverwege kwamen we in de file te zitten. Een spookrijder, hoorden we op de radio. Een tachtiger die een afrit voor een oprit had aangezien.
… ‘Waarschijnlijk even dement als ik,’ zei Didier.
… ‘Aan jouw hoofd mankeert er niets,’ zei ik. ‘Je dropte die sleutels in een verkeerde bus, dat staat buiten kijf, maar dat je ze in de allerlaagste zou hebben gestoken, daar geloof ik niets van.’
… ‘Mocht dit een verhaal zijn,’ vroeg Didier, ‘wat is er dan gebeurd volgens jou?’
… Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Verhalen zijn nu eenmaal mijn vak, nietwaar? ‘Degene die ze vond, had snode plannen, maar veranderde van gedachten toen er zoveel ruchtbaarheid aan die sleutels werd gegeven, en dropte ze toen in een andere bus.’
… ‘Zoiets dacht ik ook, ja.’
… Het verkeer kwam terug op gang. We zetten de sleutels uit ons hoofd.
Le Chalet du Bel Event voelde direct als thuis. De broers nog helemaal hun gekke, humoristische zelf. Hun kasteeltje nog steeds slordig-charmant. De omgeving immer majestueus.
… Toch was er een subtiel verschil. We waren terugkomers, en die hadden een streepje voor. Een kop koffie buiten de uren, een kamer mét kleerkast, meer verhalen vooral. Over de Japanners die uren te laat waren gearriveerd, en hun geld terugeisten omdat er geen camerabeveiliging was op de parking. Over de ontsnapte koeien die een halve dag de toegang tot het domein hadden versperd. Over de zoon van de neef van de eigenaar van het dorpscafé in Sotteville die zijn dode vader een jaar lang in zijn diepvries had bewaard om zijn pensioen op te strijken. Over de dochter van de zuster van de bakker die dacht te trouwen met een graaf, maar terecht kwam bij een drugsbaron. Er stond geen rem op de oudste van de twee broers, en zijn Franglais maakte alles wat hij vertelde nog sappiger dan het al was.
Tijdens het avondeten in het ‘goeie’ restaurant van Sotteville, dat – ondervonden we – geen beter eten serveerde dan het dorpscafé, maar wél een stuk duurder was, raakten we aan de praat met twee Aalstenaars en hun hond. Ja, inderdaad, dat beest nam deel aan de conversatie. Was hij het eens met wat we vertelden, dan kwispelde hij. Zo niet, dan zette hij het op een grommen. Een superintelligent beest, volgens zijn baasjes. Didier en ik vonden hun genie vooral irritant.
… We sloten de maaltijd af met een calvados. Zo hoort dat, nietwaar? En we kregen er een gratis wondertje bij: een vlinder die zich ook wilde bezatten, maar zich mispakte aan het glas😉