De wijde wereld in – 2026 – Ezels …

Tureluurster/ augustus 13, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

Madame Christine was een volhouder, merkte ik toen we weer in onze verbouwde schuur zaten. Drie mails van haar in mijn box. Een eerste met een foto van het ‘opsporingsbericht’ dat ze bij de brievenbussen had gehangen. Een tweede met haar vermoeden van wat er kon misgegaan zijn en of ‘meneer’ daar alstublieft over wou nadenken. Een derde met de vraag of we een fijne logeerplek hadden gevonden in Finistère.
Vooral die laatste trof me. Wij veroorzaakten overlast, en zij was geïnteresseerd in ons welzijn. Chapeau!
Didier had geen rust voor ik Christine liet weten dat we de kosten zouden vergoeden. Hij drentelde van het kastje naar de muur, stak zijn arm in de lucht, liet die even zakken, stak zijn arm toen weer omhoog. ‘Gaat het wel?’ vroeg ik.
Zijn arm ging weer de hoogte in. ‘Zo,’ zei hij.
‘Zo? Wat?’
‘Zo hoog zat mijn arm toen ik die sleutels dropte.’

Serieus. Ik blijf me verbazen over mijn echtgenoot en zijn percepties. Zelf zou ik die brievenbus voor mijn geestesoog hebben gekregen, zeker weten! Van mijn arm zou ik niet eens geweten hebben of die op dat moment aan mijn lijf hing. ‘Gij zijt een wandelend hoofd,’ zegt hij vaak. Dat klopt, vrees ik. Hij is het tegenovergestelde. Een en al lijf. Tja, uitersten trekken elkaar aan, nietwaar?
‘Even zo blijven staan, lief!’ Ik nam een foto van hem, stuurde die door naar Christine met de nodige uitleg erbij. Ze reageerde met een hartje, en met de belofte ons iets te laten weten als er nieuws was. Op ons voorstel om te betalen, kreeg ik geen antwoord.

De dag erna bezochten we Quimper. Van Michelin krijgt de stad twee sterren. Van mij eentje: een kleintje zonder al te veel glans. Veel verpaupering, veel leegstand, veel grijsheid. Om depressief van te worden. Na de lunch vluchtten we weg, en maakten we een autorondrit door het dal van de Jet en de Odet. Die rit leverde ons enige mooie uitzichten op, en een paar opmerkelijke kapelletjes, maar het was niet het Bretagne waarvoor we gekomen waren. Nog voor zes uur waren we terug in Elliant, en dat was helemaal goed. Eindelijk tijd om me op de laatste Stephen King te werpen!
Niet voordat ik mijn mailbox had gecontroleerd, dat spreekt vanzelf.
Geen nieuws van madame Christine, wat enkel kon betekenen dat de sleutels nog niet waren gevonden. Ik vroeg me af of ik er iets over zou zeggen, besloot mijn mond te houden. Het lot speelde mijn spel mee. Op het moment dat ik de computer dichtklapte, draafden er plots drie ezels onze tuin binnen: een bijna zwarte, een bijna witte en een gevlekte. Die laatste (het jong van de twee andere, vermoed ik) stormde op Didier af en hapte naar zijn arm.
De rest van de avond zou ik verpleegster zijn, en niet de boodschapper met Jobstijdingen😉

(op de foto’s: de grijze kathedraaltorens van Quimper en de fleurigheid tussen Jet en Odet)

 

 

 

Deel dit bericht

Reageer hier