De wijde wereld in – 2026 – een meeuw met lef …

Tureluurster/ augustus 10, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

Na het avondeten klapte ik mijn laptop open en haalde de foto van die bussen er weer bij. ‘Zullen we een reconstructie doen,’ vroeg ik, ‘zoals in een politieserie? Doe je ogen toe, en probeer te zien wat ik vertel. Ja?’ Hij knikte. ‘Je komt uit het appartement in de hall. De bussen staan links van jou. Twee blokken. Een voor het A-gedeelte en een voor de B. Jij moet de hoogste van het B-blok hebben. Heb je per ongeluk het A-blok genomen? Daar was ook een linksboven. Of …’ Ik deed er het zwijgen toe, kon me simpelweg niet voorstellen hoe hij zich had kunnen vergissen.
Hij stond op, begon de tafel af te ruimen. Lief, ik weet het niet. Punt uit.’
‘Ja, maar…’
‘Zwijg erover!’ Er zat vrieskou in zijn stem. Tijd om het over iets anders te hebben.

De volgende morgen reden we, op aanraden van onze huisbaas, naar de markt in Fouesnant-les-Glénan. Het was een prachtige dag met kleine schapenwolkjes tegen een stralend blauwe hemel. De markt was er een ‘uit de boekjes’: groenten-en fruitkramen om bij te watertanden, kaas, zeevruchten, lokale charcuterie en een heel assortiment bereide schotels. Met pijn in het hart lieten we de verleidingen passeren. Te riskant om zonder koelbox inkopen te doen. In plaats daarvan wandelden we naar de haven. Anderhalve kilometer bergaf, die we later uiteraard moesten bekopen met anderhalve kilometer hemelwaarts. Zonder spijt weliswaar, want de haven was een pareltje. Voor hoeveel miljoenen euro’s aan varend materiaal er lag aangemeerd, daar kon ik zelfs niet naar raden, maar dat ik voor één van die bootjes mijn droomhuisje zou kunnen kopen, daar was ik zeker van.

Vervolgens zetten we koers naar La Forêt-Fouesnant, waar we een hapje wilden eten. ‘Geen plaats meer,’ zei de ober, ’tenzij op het strandterras, maar …’ Hij wees naar de zon. Precies op dat moment passeerde er een ander ober met een verrukkelijke plateau zeevruchten. En ja, daar hadden we de zon wel voor over!
Uiteindelijk hadden we meer last van de meeuwen dan van de warmte. Van zodra de aperitiefhapjes waren geserveerd, gingen die beesten in de aanval. Ze cirkelden rond onze hoofden, krijsten dat het een lieve lust was. Ik voelde me meespelen in  ‘The Birds’ (Hitchcock) De ober bracht twee zonnehoeden. ‘Houden ze niet van,’ zei hij. De bijgevoegde foto bewijst dat hij het fout had;-)

De bewegwijzerde wandeling die we ’s namiddags maakten, was er ook een ‘uit de boekjes’. Een smal paadje (half zand, half rots) met spectaculaire vergezichten, en af en toe een stevige klauterpartij als we een strandje moesten passeren. Het enige waaraan we daarna nog konden denken, was ‘ijsjestijd’.
Nadat Didier zijn reuzeportie had verorberd, begon hij zelf weer over die sleutels en die badge. ‘Wat gebeurt er als die niet gevonden worden?’
‘Dan moeten wij een nieuwe betalen.’
‘Duur?’
‘200 euro.’
‘Doeme toch!’ En dan, na een stilte. ‘Ik heb voor alle zekerheid mijn zakken gecontroleerd. Ik heb ze niet meegenomen. Laat Christine maar weten dat we het geld zullen storten.’
‘Oké, maar daarmee zijn de huidige huurders natuurlijk niet geholpen.’
‘Soms vraag ik me af wat er omgaat in die kop van mij,’ zei hij.
En ja, vaak vroeg ik me dat ook af😉

Deel dit bericht

Reageer hier