De wijde wereld in – 2026 – beleefd zijn is de boodschap …

De dag erna stond het Presqu’île de Quiberon op het programma, Bretagne in zakformaat. Alle moois geconcentreerd in een strook van twaalf op twee kilometer.
Het toegangspunt, waar land overgaat in schiereiland, is het fort van Penthièvre, dat tegenwoordig dienstdoet als militair trainingscentrum. Van daaruit volgden we een rondrit uit de groene Michelin: de verkenning van de Côte Sauvage. We kwamen terecht in een landschap dat we kenden van onze eerste Bretagnereis, toen we Noord-Finistère bezochten. Grotten, kloven en afgronden, afgewisseld met kleine einde-wereld-stranden. Een landschap dat naar adem deed snakken, al zal de wind daar ook wel iets mee te maken hebben gehad.
… Het was een rit van achttien kilometer, en daar deden we bijna een hele dag over. Niet omdat de weg moeilijk berijdbaar was, maar omdat we om de 500 meter uitstapten om ons te vergapen aan alle moois. Voor wie ons achterna wil, Beg er Goalennec, Pointe du Percho en het duinengebied Gâvres-Quiberon mag je niet missen!
De streek van Quiberon is het centrum van de sardienenvangst. In mijn kindertijd was een sardine iets wat gegroeid was in blik. Arme-mensen-eten, volgens ons ma. De techniek om voedsel in te blikken werd ontwikkeld door Nicolas Appert, een Franse suikerbakker. Het betekende de doorbraak van sardines, die voorheen enkel aan de kust te verkrijgen waren. Tweede helft van de 19de eeuw was dat. In die tijd waren er in Quiberon veertien conservenfabrieken. Daar schieten er nu nog twee van over. Verse sardines at ik voor het eerst in Spanje. Ik was de dertig toen al ruim gepasseerd. Sindsdien ben ik fan!
We stopten in Port-Maria voor een late lunch, kozen voor Le Bistrot du Port. De baas, die mij een beetje deed denken aan kapitein Haddock uit de Kuifjesstrips, stond met de armen gekruist in de voordeur. ‘Bonjour,’ zei ik. ‘On peut s’ assoir?’
… Hij knikte, kwam naar onze tafel. Of de keuken nog open was, vroeg Didier. De man fronste. ‘Voor madame wel, zei hij toen. ‘Voor u niet. Ik serveer enkel aan mensen die een gesprek openen met een vriendelijke groet. We zijn hier niet in de brousse, toch?’ Hij schoot in de lach. ‘Allez, voor één keer!’
… Wat Didier at, weet ik niet meer. Ik koos (uiteraard) sardientjes, en ze waren verrukkelijk!
Kapitein Haddock meende het, van die beleefdheid. Een kwartier na ons arriveerden er twee dames die van mij direct het etiket madammen-met-kapsones kregen. Dure, foutgeparkeerde wagen, een outfit waarmee je naar de opera kon, een overdaad aan juwelen, en verveelde pruillippen. Op het terras van de Bistrot leken ze even misplaatst als een sardine in een vogelkooi. Haddock dacht precies hetzelfde, dat las ik in zijn ogen. Onwillig liep hij naar hun tafeltje. De oudste van de twee madammen wees naar een wijnvlek op het tafelkleed. ‘Graag een vers tafellaken,’ zei ze. Het viel me op dat ze nauwelijks haar lippen bewoog.
… ‘Waarom?’ vroeg Haddock.
… ‘Mais enfin, monsieur.’
… ‘La cuisine est fermée, mesdames.’ Hij draaide hen de rug toe en verdween naar binnen. Tot de madammen het terras hadden verlaten, liet hij zich niet meer zien.
Ja, Bretoenen … houd ze niet voor de aap, want ze zijn recht voor de raap!