De wijde wereld in – 2026 – Vannes en Conleau

Tureluurster/ juli 16, 2026/ Geen categorie/ 2 commentaren

Tijdens het ontbijt de volgende morgen ging de telefoon. Het bleek madame Christine, de eigenares van het appartement. Ze heette ons welkom, vroeg of alles naar wens was, en raadde ons aan om bij een bezoek aan Vannes de auto op stal te laten en de bus te nemen.

Een klein uurtje later stonden we bij de halte. Overdag waren er zes bussen per uur, ’s avonds drie – tot middernacht. Daarbij vergeleken is de dienstregeling van de Lijn in Gent een regelrechte ramp. ‘Toerist?’ vroeg de chauffeur, een boom van een kerel. Hij wees naar de betaalautomaat. ‘Simple comme bonjour. Bonne journée.’ De vriendelijkheid van de chauffeurs (niet alleen van deze, maar van al degenen waarmee we te maken kregen) was opvallend, de galanterie van de passagiers eveneens. Er werd niet alleen gegroet bij het opstappen, maar ook bij het verlaten van de bus. ‘Merci et au revoir’. Het voelde een beetje dorps, een beetje back in time. Het voelde vooral huiselijk. Als ik het vergelijk met de opgefokte sfeer op onze Lijn- bussen, met het drummen en duwen en met de onderdrukte agressie, schaam ik me bijna.

Vannes telt ongeveer 50.000 inwoners, maar de ommuurde, oude stad (voetgangerszone) is – net als de kuip van Gent – slechts een voorschoot groot. Veel vakwerkhuizen, veel bloemen, eigenzinnige winkeltjes, een gezellige drukte.
Tegen de middag waren we rond en zetten we koers naar het Presqu’île de Conleau, een half uurtje met de bus. Presque’île: bijna eiland. Bij de Nederlandse naam ervoor, schiereiland, had ik nooit stilgestaan. Het was pas toen ik de Franse term leerde kennen, dat ik ‘schier’ snapte als ‘bijna’. Wanneer dat was, weet ik niet meer, maar ik was in elk geval al ruim volwassen, en ik weet nog goed hoe dwaas ik me voelde dat het zolang had geduurd voor mijn frank viel.
Conleau is het favoriete wandelgebied voor de mensen van Vannes, en ze hebben volkomen gelijk. Water, wind, boten, weidse uitzichten en beschaduwde terrassen. Veel meer heeft een mens niet nodig om zich goed in zijn vel te voelen – tenzij fijn gezelschap, en dat had ik;-)

(Foto’s: sfeerbeeld van Vannes en Conleau)

 

 

 

Deel dit bericht

2 Commentaar

  1. Nooit nagedacht bij het woord “schiereiland”. Zo zie je maar weer: blijven lezen.

    1. Ja, over begrippen die we aangereikt krijgen, denken we zelden na, lijkt me. Waarom een stoel niet tafel heet, bijvoorbeeld. Toen we in het zesde leerjaar de termen eiland en schiereiland voorgeschoteld kregen, stelde ik me daar geen vragen bij. En het woord ‘schier’ kende ik toen nog niet. Dat kwam ik pas later tegen, in het middelbaar of zo, maar geen haar op mijn hoofd legde het verband met schiereiland. Daarvoor had ik jaren en jaren later het Franse woord nodig;-)

Reageer hier