De wijde wereld in – 2026 – randje Honfleur
Voor onze eerste avond had ik een overnachting geboekt in een B&B net buiten Honfleur, le Manoir du Buquet.
... Altijd spannend, die laatste kilometers. Ik ken verschillende mensen die een verblijf boekten in iets wat uiteindelijk niet bleek te bestaan, en ik ken er nog meer die een paleis verwachtten en een krot kregen.
De buitenwijk waarin we terechtkwamen was paradijselijk groen en rustig, maar het huisnummer dat we zochten (nummer 1) ontbrak. Oh, nee, dacht ik, laat het niet waar zijn! We stapten uit, liepen te voet nog eens alle huizen langs, belden tenslotte aan bij nummer 3.
… ‘Ah, oui, numéro 1. Vous cherchez le Manoir? C’est l’autre rue. Deux fois droite.’
De Manoir lag goed verstopt. Wat wij hadden aanzien voor een bospad, bleek de oprit van het domein te zijn. Een (allicht) voormalige boerderij met schattige bijgebouwtjes, te midden van een tuin die meer weg had van een park.
… De eigenaar, Jean-Paul, stond al in het deurgat. ‘Welkom. Volg mij maar.’ In het Nederlands. Hij en zijn vrouw Muriël bleken Walen die twintig jaar geleden verliefd werden op Normandië. Hij, een babbelaar, zij ingetogen en stil glimlachend. Allebei werkpaarden, het complete tegendeel van het beeld dat vele Vlamingen hebben van Walen.
… Hun domein is 8.000 vierkante meter groot, ze hebben drie gastenkamers en ze doen alles zelf, van klussen tot confituur maken, van heggen snoeien tot gasten wegwijs maken.
Jean-Paul bracht ons naar onze kamer, ongeveer zo groot als mijn living thuis, en met een badkamer ernaast waarin de mijne makkelijk drie keer past. En passant gaf hij ons de raad NIET te gaan eten in het haventje van Honfleur. Een toeristenval noemde hij het. Duur en smakeloos.
… Wat hij ons dan wel kon aanbevelen?
… Daar moest hij niet eens over nadenken. Zijn favoriet was l’ Homme du Bois, en dat bleek inderdaad een uitstekende keuze!
Onlangs las ik op Trustpilot een uitermate negatieve commentaar op een etablissement waar wij ook al waren, en dat van ons vier sterren kreeg. De reden voor dat negatieve gemekker was de gemeenschappelijke ontbijttafel. Meneer X (zo noemde hij zich) vond het walgelijk om een tafel te moeten delen met volslagen vreemden. Blij dat ik niet met zo’n man zit opgescheept, want ik vind het zalig, die kennismakingsgesprekken bij de koffie.
… We kregen een koninklijk ontbijt, genoten daarvan in het gezelschap van een stel uit Stuttgart en een uit Breda, spraken alle talen door elkaar: Vlaams, Frans (omdat het Nederlands van Muriël rudimentair was, Duits zoals onze goed ouwe Jean-Marie Pfaff) en Engels als we niet meer uit onze woorden raakten. Binnen de kortste keren lag de tafel vol landkaarten en reisdoelen. En al even snel was het tijd voor een ‘au revoir’.
… We maakten onze gps-madam wakker, zetten Spotify op en vertrokken naar Vannes.
(Voor wie de B&B wil uitproberen … doe het snel. Eind dit jaar wordt het domein verkocht. Jean-Pierre en Muriël keren terug naar België om dichter bij hun kleinkinderen te zijn.)
Wat een idee zeg: naar een B&B gaan en dan niks met anderen te maken willen hebben.
Ja, er lopen ontzettend veel rare mensen rond;-)