De wijde wereld in – 2026 – Wachten …

Tureluurster/ juni 29, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

Sommige jaren ga je dansend in, andere hinkend. 2026 begon in mineur – met een kater. Eigen schuld. Ik had maar vroeger ‘nee’ moeten zeggen.
Die katterige eerste januari was het begin van een rampzalig voorjaar. Niettegenstaande ettelijke bezoeken aan dokters en professoren wilde mijn gebroken voet niet genezen. Ik mankte januari door, naar kinesisten en osteopaten, ik mankte het podium op bij mijn boekpresentatie. Het was beu, het was beangstigend. Wat als het nooit meer goed kwam?

Halverwege februari rinkelde opeens de vaste telefoon, op een uur dat telefoons nog enkel slecht nieuws verkondigen. Ik wilde niet opnemen, deed het toch. Het was mijn schoonzoon. Mijn dochter lag in het ziekenhuis en moest met spoed geopereerd worden. Het zag er niet goed uit. Ik werd koud van de toon en van de trilling in zijn stem. Mijn schoonzoon past perfect in een Italiaanse maffiafilm: stoer in het kwadraat. Absoluut geen man voor een trilstem. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik.
‘Niets. Ze ging gewoon kapot van de buikpijn. Ze weten niet …’ Hij slikte. ‘Ze weten niet of het goed komt.’
Tot de volgende telefoon (acht uur later) leefde ik niet meer echt. Ik was een gat met botten en vel eromheen. Haalde mijn Verootje het niet, dan zou er alleen gat overblijven. Dat wist ik zeker.

Mijn immer strijdvaardige dochter haalde het wél, maar toen ik de volgende dag op bezoek mocht, bleek duidelijk dat het kantje-boordje was geweest. Drievoudige darmperforatie, buikvliesontsteking en beginnende bloedvergiftiging. Er zaten zes buisjes in haar lijf, ze kon nauwelijks praten en ze had niet de minste zin in een sigaret. Voor het eerst sinds haar veertiende. Een slecht teken.
De week die volgde, zat ik elke dag in het ziekenhuis. Ik nam kraslotjes voor haar mee (na zoveel ongeluk was een gelukje welkom), ik vertelde verhalen, waste de klitten uit haar lange lokken, zweeg als ze stilte nodig had. Uiteraard was er geen haar op mijn hoofd dat aan vakantie dacht.

Het was Didier die erover begon. ‘Wordt het geen tijd om onze vakantieperiode vast te leggen? Meestal doe je dat al in december.’
‘Ah, ja, die voet, ons Vero …’
‘Snap ik, maar een datum vastleggen kan toch?’
Zonder veel animo nam ik mijn agenda. ‘Ik kan vanaf half mei.’
Hij kon vanaf juni. We prikten 7 juni als vertrekdatum. ‘Als …’ begon ik.
‘Niets als,’ zei hij. ‘Het komt allemaal goed, wacht maar!’
En ja, ik wachtte …

 

Deel dit bericht

Reageer hier