Levenstrein 38

Intussen was ik ook in Gent ingeburgerd geraakt. Ik kreeg een lief – muziekjournalist – ging met hem naar bed (mijn eerste keer), en kwam een paar weken later, ongeveer gelijk met hem, tot de conclusie dat we niet voor elkaar geschikt waren. Hij kende iemand – zei hij – die meer op mijn maat gesneden was. Die iemand bleek Wim De Craene. Ik werd de opvolgster van Rozane en de voorgangster van een hele sleep anderen, maar dat wist ik uiteraard nog niet.
De maanden die daarop volgden, hadden een vaart die ik nu niet meer zou overleven. Ik sloeg nooit een les over, ging minstens twee keer per week met Wim naar repetities of optredens, werkte elk weekend in Dennenland. Moordend tempo, zelden meer dan vijf uur slaap per nacht. Nu lijkt dat onhoudbaar. Toen had ik daar niet de minste last van. Ik eindigde het jaar met grote onderscheiding, en ging een maand op Sidmar (nu ArcelorMitta) werken.
… Daar was ik binnengeraakt via de muziekjournalist. Het sollicitatiegesprek vergeet ik nooit meer. GPS bestond nog niet. Ik had met veel moeite uitgevogeld welke bus ik moest nemen naar de Kennedylaan, en stond om een uur of twee (ruim op tijd, dacht ik) waar nu de Weba is. De rest moest te voet. Eén probleempje … Geen idee in welke richting ik moest stappen. Ik vroeg het aan een camioneur die zijn boterhammetjes zat te eten.
… ‘Sidmar?’ vroeg hij. ‘En daar wilt gij te voet naartoe? Dat ligt wel tegen Zelzate, hé?’
… Ja, zulke dingen komt ge tegen als ge denkt dat ge slim zijt, terwijl ge in werkelijkheid van toeten nog blazen weet. Enfin, uiteindelijk kwam alles goed. Ik kreeg een lift van die camioneur, en arriveerde stipt op tijd bij de personeelschef. Ik vertelde hem direct dat ik de job niet moest hebben, omdat het me heel onwaarschijnlijk leek dat ik een maand lang geluk zou hebben met liften. De man moest er hartelijk om lachen. Er vertrok elke ochtend een bus aan Dampoort, vertelde hij. En elke avond zou ik daar terug afgezet worden.
Zo kwam het dat ik ook tijdens de vakantie in Gent bleef. En zo leerde ik de Gentse Feesten kennen. In niets te vergelijken met hoe het er nu aan toegaat. Kleinschalig, gezellig, en voor tachtig procent bezocht door Gentenaars. Initiatiefnemer was Walter De Buck. De man heeft verschillende standbeelden op zijn naam staan, maar eigenlijk verdient hij er zelf een …
(op de foto Walter De Buck in houtskool)
Ik ben precies wat jaloers. Hoe spannend was dat. Zeker in vergelijking met mijn brave jeugd.
Ik begin ook jaloers te worden op mijn eigen wilde jaren, merk ik;-)
Wat er toen gebeurde, zal niemand ooit vernemen….ROZANNE is een van die zeldzame Vlaamse liederen die ik nog af en toe beluister. Naar mijn smaak dus ook een van de beste én een “blijver”. Alles in dat lied werkt perfect samen om het onvergetelijk te maken: Wims stem natuurlijk, de melodie en, natuurlijk, de
poëtische tekst met zoveel herkenbare aanknopingspunten aan die heerlijke jeugdjaren (al was ik in mijn studietijd nog niet zo geëmancipeerd als jij). De zo typische stemming ervan, ook in verband met de omgeving waarin het gebeuren zich afspeelt, zit zo vol heimwee, dat het me telkens weer ontroert.
Trouwens, een erg boeiende tekst, Ingrid!
Ik ben indertijd nog mee geweest naar de opnamestudio; was een boeiende ervaring. Niet in het minst omdat er door de mannen zo veel werd gedronken tussen de opnames door dat de sessies voortdurend moesten stilgelegd worden. Of ik geëmancipeerd was? Ik had niet het gevoel. Laat ons eerder zeggen dat ik in die tijd tamelijk onbezonnen was;-)