Levenstrein 35

Tureluurster/ april 30, 2026/ Geen categorie/ 2 commentaren

In 1974 nam Nixon ontslag (nasleep Watergate), in Portugal was er de Anjerrevolutie, Abba won Eurosong met Waterloo. Hier bij ons was het een mottig jaar voor de economie. Stijgende werkloosheid, hoge inflatie. De oliecrisis liet zich ook nog steeds voelen. Benzine ging ‘op de bon’.
Zelf had ik nergens last van. Tijdens de zomer werkte ik twee maand aan zee, en toen mijn eerste Gentse kotjaar begon stond er 6000 BF op mijn rekening. Zo rijk was ik nog nooit geweest.
Bovendien kreeg ik van thuis elke week 500 BF ‘leefgeld’. Genoeg voor een luxeleven, dacht ik. Dat viel dik tegen. Mijn kot (300) werd betaald door mijn ouders, het inschrijvingsgeld ook. Voor de rest was ik aangewezen op dat leefgeld. De trein, de kranten die we verplicht werden te lezen, boeken, stencils (een techniek om teksten te kopiëren), eten, roken en uitgaan … Mijn spaarpotje smolt weg als sneeuw voor de zon.

Ik stond op het punt om thuis extra geld te vragen toen ik toevallig de loonfiche van ons vader onder ogen kreeg. Tegen haar gewoonte in, had ons ma die op tafel laten liggen. Het was een eye-opener, een serieuze schok zelfs. Ons pa verdiende toen (en hij werkte al van in 1941) 12.500 BF per maand. Daarvan ging er elke maand 2.300 naar mij. Ik voelde mij zweten van ellende. Geen sprake van dat ik om extra geld kon vragen. Hoog tijd om mijn levensstijl aan te passen: niet meer dan één drankje per uitgangsavond, minder sigaretten, geen warm eten meer. Ik schakelde over op brood en op blikjes die ik uit de Waasmunsterse voorraadkast haalde.
Helaas … de opleiding die ik gekozen had, was een dure. Op de hoogte zijn van de wereld was een must. Toen we de opdracht kregen een maand lang drie keer per dag het gesproken nieuws te analyseren, zag ik me verplicht een radio te kopen. De bodem van mijn spaarpot kwam in zicht. Wilde ik thuis niet gaan schooien, dan zou ik een job moeten zoeken.

En zo … kwam ik terecht in Denneland. Dankzij mijn vader. ‘Vraag het eens aan Bernard,’ zei hij. ‘ik hoorde dat hij op zoek is naar extra volk. Ik sprong op mijn fiets, ging solliciteren en werd aanvaard. ‘Een dochter van Julien en Juliette, daar zeg ik geen nee tegen. En ge ziet er nog appetijtelijk uit ook. Goed voor de klandizie!’

Nu zouden die woorden een krantenkop opleveren. Denigrerende behandeling of zoiets. Toentertijd was de wereld nog iets toleranter. En ik al helemaal! Appetijtelijk? Voor mij was het een dik compliment.

(foto uit het archief van Etienne Van Puyvelde – Denneland in glorietijd)

 

Deel dit bericht

2 Commentaar

  1. Leuk en herkenbaar. Toen ik naar de univ ging had ik geen geldzorgen, o.m. dank zij een flinke beurs. Toen was 500 frank “leefdeld” per week nog doenbaar!-

    1. Merci, Herman!

Reageer hier