Levenstrein 34

Tureluurster/ april 27, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

1973 was ook het jaar dat ik moest beslissen wat ik zou studeren. Dat had simpel kunnen zijn, maar ik was indertijd niet simpel (nu nog niet, volgens mijn man😉)
Ons ma wilde dolgraag dat ik medisch secretariaat zou volgen. Een propere stiel, noemde ze dat. ‘En als ge geluk hebt, kind, raakt ge getrouwd met een dokter, en zit ge voor de rest van uw leven op rozen.’ Ik weigerde. Ik hoefde geen propere stiel, ik wilde iets wat ik met plezier kon doen, en een hele dag op mijn gat aan een bureau zag ik niet zitten. Het liefst van al wilde ik lesgeven – Nederlands, maar in dat geval zou mijn moeder me (terecht) naar de normaalschool sturen in Sint-Niklaas, en dat wilde ik niet. Ik wou op kot, en niet om het even waar. Ik wou op kot in Gent.

Als ik op die periode terugkijk, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik op mijn achttiende net zo dwaas was als veel achttienjarigen nu. Aan langetermijndenken deed ik niet. Het enige wat telde, was in Gent geraken. Ik moest dus een studie vinden die je enkel daar kon volgen, en die veel springuren had, want springuren deed pendelaars op café belanden, en als er één ding was wat ons ma niet wilde, dan was het dat ik een tooghanger werd zoals ons vader.
Nadat ik eindeloos veel brochures had doorgenomen, vond ik eindelijk wat ik nodig had: een opleiding tot Public Relations Officer. Ons ma verslikte zich toen ik het haar vertelde. ‘Wat is dat voor iets?’ Ik legde het haar uit, stelde het veel schoner voor dan het was, liet haar het uurrooster zien. ‘Er zitten veel gaten in dat rooster,’ zei ze. ‘Moet ge zien. Drie uur les ’s morgens, dan vier uur niets, en dan nog een blok van drie uur. Wat doet ge dan in de tussentijd?’
‘Studeren,’ zei ik, ‘als ik op kot mag tenminste. Anders zal ik moeten gaan wandelen of ergens iets gaan drinken.’
Ze glimlachte, een beetje scheef. ‘Ge zijt een leep geval, gij, maar ’t is goed. Volgende week gaan we u inschrijven en een kot zoeken.’

Dat kot was een soort van konijnenpijp. Vierenhalf meter lang, twee meter breed. Een bed, een ééndeurs kleerkast, een petieterig bureautje, een lavabo en een gaskachel die je moest voeden met muntjes. Geen televisie, geen radio, wc op de gang en een keukentje dat werd gedeeld met vijftien anderen.  Er is heden ten dage geen student die in zoiets zou willen wonen. Voor mij was het een paradijs.

(foto uit privé archief: de middelbare scholieren op middelbare leeftijd.)

 

 

Deel dit bericht

Reageer hier