Levenstrein 29

In 1971 gingen we voor het eerst met het hele gezin op vakantie. Dat was te danken aan Marijke. Hun gezin ging een weekje naar een pension in Nonceveux, en ik mocht mee. Tot mijn grote verbijstering kreeg ik van ons ma een dikke “nee”. Ik schoot uit mijn krammen. Dat ze me niets gunde, dat ik alleen goed was om te werken en om te studeren, dat het niet eerlijk was.
… ‘Weet je wat niet eerlijk is,’ zei ze nadat ik was uitgeraasd. ‘Dat jij op vakantie zou gaan en wij niet.’
… Zo had ik het nog niet bekeken, zo wilde ik het op dat moment ook niet bekijken, maar verder blijven palaveren, had geen zin. Ik droop af.
… Twee dagen later zei ze tijdens het avondeten doodleuk dat we in juli een weekje op vakantie gingen. Naar Chevron. Hoe ze dat zo snel geregeld had gekregen, daar sta ik nog steeds verbaasd over.
We gingen met de trein, bepakt als muilezels: vier gloednieuwe koffers en een aantal zakken met spullen voor onderweg. Vooral mondvoorraad, want op reis gaan was al duur genoeg. Van restaurant-eten kon geen sprake zijn. Aan het station werden we afgehaald door een wagen van het familiepension waar we zouden verblijven, want dat lag ongeveer 3,5 kilometer hogerop.
We kwamen terecht in het grote niets. Rondom enkel groen. We deelden één familiekamer mét lavabo, maar zonder eigen toilet, aten pensionmaaltijden die slechter waren dan het eten thuis, gingen alle dagen wandelen. Wilden we verder weg, dan moesten we te voet naar het station, daar de trein op, ’s avonds weer te voet naar boven. Gelukkig was er halverwege op-en-af de Chevron-frisdrankenfabriek, waar je een gratis drankje kon krijgen.
… Voor mij was het de hel, en dat liet ik ook duidelijk merken. Iets waar ik me nu nog voor schaam, want ik verpestte het voor de anderen. Ik moet bekennen dat ik mezelf nauwelijks herken in de puber van toen. ‘Iets nieuws en onbekends’ geeft me nu (op mijn oude dag) telkens een kick. Toen, in 1971, waren de hele Ardennen nieuw en onbekend, en het interesseerde me voor geen millimeter. Puur puberaal, veronderstel ik, want ik ervoer hetzelfde bij mijn kinderen, en nu ook bij mijn kleinzoon.
Eén keer die week spraken we af in Nonceveux en gingen we samen met de familie Van Cleemput op stap. Het bewijs daarvan is de foto boven aan deze tekst. En ja, zowel Marijke als ik deden ons uiterste best om zo verveeld mogelijk te lijken😉
(foto uit mijn eigen collectie. Achter de bloem (grapje) zitten mijn broer en zus)