Levenstrein 21

Tureluurster/ maart 19, 2026/ Geen categorie/ 5 commentaren

We blijven nog even in 1968. Voor mijn generatie back in time. Voor de jonkies een ontdekkingsreis.
Onze-Lieve-Vrouw Presentatie stond hoog aangeschreven. Katholiek en streng. De eerste twee jaar werd je tijdens de pauzes veroordeeld tot ‘de kleine koer’, ingesloten tussen hoge muren, met nauwelijks zon. De ‘open koer’ voor de groten leek het summum van vrijheid en deed je snakken naar twee jaartjes ouder.

Eén keer per week was ‘kerkdag’. Klassikaal naar de eucharistieviering in de kapel – in uniform: grijze plooirok (een ramp voor dikkerds zoals ik), witte blouse, grijze trui. Mini (toen volop in opkomst) was niet toegestaan. Er werd volop gecontroleerd. Zat je op je knieën, dan moest de rok de grond raken. De rest van de week mocht je dragen wat je wilde, maar er ging wel een blauwe schort overheen. Reden tot veel geklaag; niet voor mij. Ik had slechts twee stellen kleding: zondagse en weekdaagse, en was blij dat ik mijn armoe kon wegmoffelen onder mijn schort.
Die schort had een borstzakje, en daarin stak de ‘wellevendheidskaart’. Wat je ook mispeuterde (te laat komen, tegenspreken, een slordig werk binnenleveren) werd daarop genoteerd.
Belachelijk? Niet voor mijn ma. Met een mindere toets kon ze nog leven (iedereen kon een slechte dag hebben), maar aantekeningen op die kaart werden steevast bestraft met huisarrest.

Leerlingen van Onze-Lieve-Vrouw Presentatie mochten geen pantalon dragen, tenzij met een rok erover. Later zou die broek-met-rok-erover ingeburgerd raken door de Turkse madammen. In die tijd waren die er nog niet – in elk geval niet in mijn regio. Een broek met een rok erover was voor mij het toppunt van belachelijkheid. Ik hield het dus bij een rok, wat me op winterdagen met blauwe gevoelloze benen op school liet arriveren.

En dan zijn er ook nog de dingen die ik heb van ‘horen zeggen’. Internen vertelden dat ze bij het douchen een soort van cape moesten dragen, omdat het onzedig was naar je eigen blote lijf te kijken. Ongeloofwaardig? Ja. En tegelijkertijd helemaal waar. Ik lag er in die tijd niet wakker van. Ik had nog nooit onder een douche gestaan, ik had nog nooit een douche gezien. Thuis wasten we ons elke morgen aan de pomp. Eén keer per week mochten we in bad: een zinken teil in de keuken. Wie eerst aan de beurt kwam, had warm en proper water. De rest moest het doen met lauw tot koud, en met water zonder schuim.

(foto uit het archief van Etienne van Puyvelde: de jaarlijkse processie ter ere van de Maagd Maria)

Deel dit bericht

5 Commentaar

  1. Je ziet, je bericht roept herinneringen op.

  2. Op de middelbare school moesten wij een schijtgroene schort dragen. De schort vond ik niet erg, de kleur wel. De knopen moesten dicht van boven tot onder. Ons sponzen turnpakje was donkerblauw en bestond uit een stuk en had korte mouwen en nog kortere pijpen. Ik haatte het.
    Drie keer per jaar moesten we gaan biechten. De pastoor die de biecht afnam was een een collega van mijn vader en kwam wel eens bij ons thuis. Ga dan maar eens in de biechtstoel zitten om je zonden te belijden.

    1. Schijtgroen? Verschrikkelijk! En een sponzen turnpakje? OMG!!! Niet dat het onze zo veel mooier was, hoor. Een soort van blauwe pofbroek met een wit shirt. Maar ‘spons’ lijkt me nog erger;-)

  3. Deze herinneringen blijven hangen zolang men leeft!

    1. Klopt, Herman, en ze genereren elkaar. Hoe meer ik erover schrijf, hoe meer beelden er opduiken …

Reageer hier