Levenstrein 20

Tureluurster/ maart 17, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

In 1968 worden er voor het eerst krantenartikelen gewijd aan ‘de generatiekloof’. Toen wist ik dat niet, nu lees ik zulke dingen met verwondering. Waar de jeugd altijd tamelijk braaf de oudjes had gevolgd, is er in 68 sprake van verregaande opstandigheid. Dat moet schrikken geweest zijn voor de vaders en moeders van toen.
Het is het jaar van de Praagse lente, van de grote anti-Vietnam-betogingen, van de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy. Dat laatste herinner ik me nog. Ik moest ervan wenen. Met politiek was ik niet bezig, maar dat ze voor de tweede keer een schone man uit dezelfde familie doodschoten, daar kon mijn dertienjarig zieltje niet mee om.
Hier in België draaide alles om ‘Walen buiten’ – wat leidde tot de splitsing van de Leuvense Universiteit en tot de val van de regering Vanden Boeynants. ‘VDB – weg ermee!’ De slogan zou nog jaren meegaan.

Ik kwam terecht op Onze-Lieve-Vrouw Presentatie. Elke dag met de fiets op en af. Samen met een hele tros andere Waasmunsteraars. Een nieuwe fiets, voor mij alleen, een groene, een ‘Engelse’ noemden ze dat toen.
Marijke volgde dezelfde richting als ik (Wetenschappelijke B), en ik was er zeker van dat we samen in de klas zouden zitten, want in de Presentatie werden klassen alfabetisch gevuld. Dat viel tegen. Zij was een ‘Van’, ik was een ‘Ver’, en er waren te veel V’s om ons samen te krijgen. Ik kwam in een klas terecht waar ik niemand kende. Het was confronterend, en het maakte mij tot ‘rooie’, al besefte ik dat niet.
‘En wat doen jullie ouders?’ De klastitularis liep de rijen af.
De meeste moeders deden niets dan moederen, ontdekte ik. De vaders, dat was andere koek. Dokter, notaris, apotheker, zaakvoerder, stukadoor. Van dat laatste beroep had ik nog nooit gehoord, maar het klonk – net als alle andere – heel chic.
‘Ingrid?’
‘Mijn moeder heeft een winkel en mijn pa werkt op ’t fabriek. Hij is wever.’

Er viel een stilte. Allicht een korte, maar voor mij duurde ze ontzettend lang. In die stilte begon er plots iemand te giechelen achter mij. ‘Fabriek? Haar moeder moet werken omdat er geen geld genoeg is.’ Er volgde een schaterlach.  Het was Annemarie, dochter van een gynaecoloog, en ze lachte me ongegeneerd uit. De klastitularis reageerde niet. Van het ene moment op het andere besefte ik dat ik van ‘lage komaf’ was, en in datzelfde moment besefte ik ook dat ik me niet zou laten doen. Ik zou meer punten halen dan zij!

(foto uit het archief van Etienne van Puyvelde: de Bellenman).

Deel dit bericht

Reageer hier