Levenstrein 19

Tureluurster/ maart 12, 2026/ Geen categorie/ 1 commentaren

Vanaf toen kreeg ik iedere week een boek van haar mee. Ik maakte kennis met Astrid Lindgren, Tonke Dragt, Roald Dahl en vele anderen. Het was fantastisch!
Mijn moeder vond het maar niks. ‘Kind, ge verknoeit uw ogen,’ zei ze wel duizend keer. ‘Vooruit, ga buiten spelen.’ Ik probeerde het. Daar oefende ik rekkeren, speelde ik winkeltje met broer en zus (alle voorraad uit ons moeders kasten kwam dan terecht op een soort van zelfgemaakte triporteur), en ik speelde vooral veel fantasiespelletjes. Wat ik me het best herinner, is ‘arme zwerver’. Dan bond ik mijn linkerbeen vast aan mijn rechter, zodat het voelde alsof ik slechts één been had, bewoog me voort met behulp van twee stokken, en fantaseerde dat ik moest overleven op wat er te vinden was in de tuin. Ik probeerde mezelf ook te leren koorddansen – op een springtouw dat ik zo strak mogelijk tussen twee paaltjes spande. Het werd geen succes. Fysiek was ik altijd al een nul.
Bij iemand anders ‘gaan spelen’ was toen minder ingeburgerd dan nu. Kwam er toch al eens een vraag (heel sporadisch), dan weigerde ons ma, want mocht ik in andermans huizen, dan zouden die anderen ook eens bij ons moeten komen, en dat wilde ze niet. Ze schaamde zich voor ons huis – wat ik toen niet snapte. Later wel …

Twee weken voor ze in zwangerschapsverlof ging, liet mevrouw De Sutter me nablijven, een straf waar ik heel tevreden mee was. Ze wilde me een rechte hoek leren teken – wat tot dan toe altijd mislukte – en ze wilde het over mijn toekomst hebben. ‘Binnenkort ben ik weg.’ Ze legde haar hand op haar buik. ‘Mijn kindje wil eruit, maar voor ik wegga, wil ik weten naar welke school ge gaat volgend jaar..’..
Even stond ik met mijn mond vol tanden. Ik kon niet zo goed vatten wat ik had gehoord. Een kind in haar buik????? Toen klikte ineens alles in elkaar. Dingen die ik had gehoord, en nooit had begrepen. De dikke buik van ons ma voor ons Riet er kwam … Het was even slikken.
‘Tong verloren,’ vroeg ze.
‘Ik blijf hier,’ zei ik. ‘Het zevende en het achtste.’ Daarna ga ik samen met mijn ma de winkel doen.’
  ‘Wilt ge dat graag?’
…  Ik haalde mijn schouders op. Eigenlijk had ik niets te willen. Ons ma was de baas.
…  ‘Dacht ik al,’ zei ze.

Nog diezelfde avond stond ze bij ons ma in de winkel. Ik was er niet bij, maar ons moeder heeft het later verteld. Dat het een doodzonde was om mij niet te laten studeren, dat ik een goed stel hersenen had, dat ze een grote toekomst voor mij zag. Op dat vlak overschatte ze mij, maar hoe dan ook … ons ma plooide en ging mij inschrijven in Onze-Lieve-Vrouw Presentatie.

(Foto uit het archief van Etienne Van Puyvelde: de kaartersclub bij Tuur en Nina, een fenomeen dat – samen met de dorpscafés een stille dood is gestorven. Ons pa zit op de eerste rij, tweede van rechts.)

 

Deel dit bericht

1 Commentaar

  1. Iemand die in je gelooft, dat is fijn.

Reageer hier