Levenstrein 18

Uiteindelijk zou 1967 een van de belangrijkste jaren uit mijn jeugd worden, het jaar waarin mijn leven richting kreeg. Helemaal te danken aan mevrouw De Sutter. Ik aanbad die vrouw. Het was een Dame (ja, met grote D), modern en stijlvol gekleed, altijd op hakken. Ze gaf les met zwier, en was haar tijd ver vooruit. Bovendien – en dat was voor mij uiteraard het belangrijkste – zag ze dingen in mij die niemand ooit had opgemerkt. Iets na de herfstvakantie riep ze mij tijdens de speeltijd bij zich. Of ik dat opstel over Allerheiligen zelf geschreven had?
… ‘Ja, mevrouw.’
… ‘Proficiat,’ zei ze. ‘Ge hebt veel fantasie, ge kunt goed observeren, en er staan geen fouten in. Ik ga het straks voorlezen.’ Ze keek me lang aan. ‘Uw dictees zijn ook altijd prima, en ge hebt een analytische geest.’ Ze schreef het woord op het bord. ‘Weet ge wat dat betekent?’
… ‘Nee, mevrouw.’
… Ze gaf me een uitleg waar ik niets van verstond, maar dat deed er niet toe. Zo’n geest was iets goeds, dat hoorde ik aan haar stem. ‘Observeren, verstaat ge dat?’ vroeg ze.
… Ik knikte. ‘Dat is kijken.’
… ‘Waar hebt ge dat geleerd?’
… Ik haalde mijn schouders op. ‘In een boek, denk ik.’
… ‘Hebben jullie boeken thuis?’
… ‘Nee, maar ik krijg elke week één frank voor de bibliotheek.’
… ‘Dat kan beter,’ zei ze.
De dag erna hield ze me opnieuw weg van de speelplaats. ‘Hier.’ Ze gaf me een exemplaar van Abeltje, van Annie M.G. Schmidt. ‘Ook een dame met fantasie. Stop het in uw boekentas, en geef het terug als ge ermee klaar zijt. Zonder ezelsoren! En nog iets … ‘Haar stem klonk ineens anders. ‘Vorige week heb ik u gezien op de markt. Bij een triporteur. Wat deed ge daar?’
… ‘Dat is de triporteur van mijn peter,’ zei ik. ‘Hij had dorst, en daarom mocht ik eventjes de mensen bedienen.’
… ‘Doet ge dat graag?’
… Ik knikte.
… Ze zuchtte. Ik begreep niet waarom, en vroeg haar of het slecht was om groenten te verkopen.
… ‘Nee,’ zei ze, ‘maar ik denk dat lezen beter is voor u.’
Ik liep de hele dag op wolkjes.
Foto uit het archief van Etienne Van Puyvelde – mijn ‘pit’ met zijn triporteur. De hond was Jacky. De vrouw ken ik niet. De foto is genomen in de Hoogstraat, rechtover het huis waar wij woonden (niet in beeld). Het stukje luifel is van de winkel van André van Cleemput (kleermaker)