Levenstrein 15

Tureluurster/ februari 24, 2026/ Geen categorie/ 0 commentaren

Toen ik daarnet een lijstje probeerde te maken van mijn juffen lagere school (Rosine, Emilienne, Jeanne, Emily, Marita, mevrouw De Sutter) viel me een fout op in de 1964-blog. Ik liep als het ware verloren in de tijd. Mijn pols brak ik inderdaad in het jaar van juffrouw Emily (4de leerjaar) maar dat was in 1965, het jaar waarover ik het hier en nu wil hebben, het jaar waarin Marcel de Clerck wereldkampioen pompiers werd, iets wat ik zonder het archief van Etienne nooit zou geweten hebben. Ik heb ook geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen. Het enige wat ik me herinner van pompiers, is dat ze iedere eerste donderdag (?) van de maand hun sirene lieten afgaan. Voor mij is 1965 voornamelijk gelinkt aan de doorbraak van  de popmuziek.

Vanaf toen was muziek niet meer uit ons leven weg te denken, en dat was voor een groot stuk te wijten aan de familie van ons pa, de familie van ’t Vestjen. Mijn nonkels Pol en Cesar waren allebei een pak jonger dan ons pa – prille twintigers, schone gasten – en fervente fans van de Stones en van Elvis. Tante Nelly, hun zuster (amper zeven jaar ouder dan ik) was fan van Cliff Richard en van de Beatles. Telkens als ik op ’t Vestjen was, vroeg nonkel Pol mij wie de beste muziekgroep van de wereld was. Gaf ik het goede antwoord😉, dan mocht ik met hem swingen. Eigenlijk hoorde ik liever de Beatles dan de Stones, maar omdat ik mijn swingmoment niet wilde missen, loog ik – keer op keer. Wat wil zeggen dat ik tijdens de verplichte maandelijkse biecht ook keer op keer ‘de zonde van het liegen’ moest bekennen – tot de pastoor mij op een goeie dag zei dat ik voortaan dat gedoe over die muziekgroepen mocht verzwijgen.

Ons ma was niet direct mee met (wat zij noemde) ‘die ketelmuziek’. Zij bleef hangen in de jaren veertig en vijftig. Het was daarom, denk ik, dat er naast de grote radio – zo’n antieke, houten bak – ook een transistor in huis kwam. Zo konden ons pa en wij in de keuken of in de tuin luisteren zonder dat zij daar last van had, en zij kon ongestoord mee kwelen met Edith Piaff en met het slavenkoor van Verdi, muziek die wij in die tijd te belachelijk vonden voor woorden.

(foto uit het archief van Etienne Van Puyenbroeck, met als feestvarken Marcel De Clerck. De anderen zijn mij onbekend.)

Deel dit bericht

Reageer hier