Levenstrein 14

Waar die zwarte man vandaan kwam, vroeg ik de dag erna aan mijn moeder. ‘Uit de Congo,’ zei ze. Ik denk dat het toen pas tot mij doordrong dat er een land bestond waar alle mensen zwart waren. Congo was dat jaar trouwens behoorlijk veel in het nieuws door de Simba-opstand waarbij veel missionarissen en missiezusters werden gedood. Allemaal martelaren waarvoor we moesten bidden, volgens juffrouw Emily. En dat ze dat heel serieus nam, heb ik aan den lijve mogen ondervinden.
In mei van dat jaar brak ik mijn pols. Ik was op de Vierschaar aan het rolschaatsen, en maakte een smak. Gek genoeg had ik niet meteen pijn, maar die pols zag er raar uit. Die stond helemaal krom. Samen met Marijke en Miriam probeerde ik hem terug recht te duwen. Het lukte niet. Op dat moment reed mijn pa voorbij op de fiets. Hij stopte, vroeg wat er aan de hand was. Ik liet het hem zien. ‘Die pols is af,’ zei hij. Ik wist niet wat hij bedoelde, het enige wat ik kon bedenken, was dat ze die pols zouden afzetten. Zo ver kwam het gelukkig niet. Ik werd door de huisdokter naar het ziekenhuis gebracht, werd daar geopereerd en mocht twee dagen later weer naar huis met een plaaster, een gipsverband. Stiekem was ik daar trots op. Voor het eerst in mijn leven had ik iets wat niemand anders had! Stiekem was ik ook een beetje blij, want zo was ik verlost van de breilessen op school. Terwijl de anderen moesten prutsen aan een zoveelste pannenlap zou ik kunnen lezen.
… Dat was buiten Emily gerekend. Die stopte een paternoster in mijn hand, en tot het einde van het schooljaar moest ik tijdens de handwerklessen rozenhoedjes voorlezen. Ook een beetje een trauma😉
Volgens mij – maar zeker ben ik niet – was het ook in datzelfde jaar 64 dat nonkel Willy als paracommando naar Congo werd gestuurd. Hij keerde terug met een massa verhalen en souvenirs. Van die laatste herinner ik me vooral een tamtam, bekleed met dierenvel. Het verhaal dat me het meest bijbleef, is hoe één van zijn maten met zijn parachute in een rivier terechtkwam, waar zijn been werd afgebeten door een nijlpaard. Tja, het waren woelige tijden, die jaren zestig …
(foto uit het archief van Etienne van Puyvelde – de koninklijke harmonie Sint-Cecilia, met mevrouw De Stoop, en Etienne zelf als cameraman. De anderen ken ik niet.)
(wordt vervolgd)