Levenstrein 2

Van 1956 herinner ik me (uiteraard) niets. Baby’s en geheugen, dat gaat niet samen.
… Volgens internet was 1956 het jaar van de wereld in opstand. Kolonies die in verzet kwamen, Stalin, de koude oorlog …
… IK had daar niets mee te maken, mijn ouders evenmin. Ze woonden in een klein werkmanshuisje in de Statiestraat, en probeerden hun hoofd boven water te houden. Mijn vader trok alle dagen naar de fabriek en in het weekend naar ‘de Sparta’ – als speler. Mijn moeder verdiende een centje bij met naaien. Dat was nodig. Manta was geen vetpot. Mijn vader verdiende 3.000 frank per maand. Dat komt overeen met 1125 euro in onze huidige tijden. Veel luxe was er niet te vinden in huize Verhelst.
… Als ik de verhalen van mijn moeder mag geloven, aten ze vier keer per week wortelen omdat het de goedkoopste groente was. Ze hadden geen bel aan de voordeur, geen salon, geen ijskast, geen wasmachine, geen badkamer. Ook geen leidingwater. Gewoon een handpomp, waar altijd een kan water bij stond, voor het geval dat ze ‘afliep’. De wc was een plank met een gat erin in een kotje in de tuin.
‘Was ik een makkelijke baby?’ vroeg ik ooit aan mijn moeder.
… ‘Ik denk van wel,’ zei ze, ‘maar eigenlijk weet ik het niet meer, want het jaar daarop was ik alweer in verwachting – van een tweeling. Dat wist ik pas toen ik in minder dan een maand twee misvallen kreeg. Het waren andere tijden toen. Mijn leven zou een stuk gemakkelijker geweest zijn als de pil had bestaan.
… Helaas zou die pil nog een aantal jaren op zich laten wachten. In katholieke middens was die pil trouwens taboe. De jaren stillekes, nietwaar?