Verslag van een fiasco – 4

‘Blij dat jullie vertrokken,’ zegt een mevrouw met paars haar. ‘Alleen zou ik het nooit hebben gedurfd. Die vent is nog antieker dan Miel Cools vroeger.’
… Haar woorden smijten me terug in de tijd. Ergens in de jaren zeventig kwam Cools optreden in de Roxy in Waasmunster, een zaal die intussen al lang is afgebroken. Ik was erbij, samen met mijn moeder en ‘mit Vest’. Hij was de eerste kleinkunstzanger die ik in het echt zag, en hoewel hij niet tot mijn favorieten behoorde, was hij stukken moderner dan wat we daarnet op het podium hadden gezien. En vooral … hij had humor! Op een bepaald moment speelde hij een ellenlange intro op gitaar. Na een minuut of drie schoot mijn grootmoeder luidop in de lach. Cools stopte met spelen. ‘Is er iets grappigs, madam?’
… ‘Ja,’ zei mijn grootmoeder, ‘gij. Uw plaat blijft hangen!’
… Lachsalvo uit de zaal, en Cools lachte mee.
… De enige die het niet grappig vond, was mijn moeder, denk ik. Die was gegeneerd tot in haar tenen. Had ze wel vaker met ‘mit Vest’ in de buurt.
Van een eind verderop waait het gejoel van de Beerschotsupporters over de wijk. ‘We waren beter naar ginder geweest,’ zegt Didier. ‘Daar is er tenminste nog ambiance.’ Mijn lief die iets positiefs zegt over voetbal … dat kleinkunstoptreden moet hem wel erg zwaar zijn gevallen. Daar bestaat maar één remedie voor: een tripel van Westmalle.
… ‘Zullen we ergens iets gaan drinken?’ vraag ik.
(wordt vervolgd)