Verslag van een fiasco – 3

Tegelijkertijd draaien Didier en ik ons naar elkaar toe, tegelijkertijd laten we onze ogen rollen. ‘Goed dat we te laat waren,’ fluistert hij, ‘ik weet niet of ik dit lang volhoud.’
… De meneer naast hem – een negentigplusser, schat ik – kijkt ons streng aan. Ik voel een lach opkomen, maskeer die met een hoestbui. Het levert ons een tweede strenge blik op. Omdat het geluid niet aan te horen is, en er ook niet veel te zien valt op het podium loop ik (met mijn ogen) de aanwezigen af. De gemiddelde leeftijd is tachtig, schat ik. Waarschijnlijk allemaal mensen die ook blij zijn eens buiten te mogen, grotendeels doof allicht, want als het nummer is afgelopen, wordt er weer duchtig geapplaudisseerd. Didier en ik doen niet mee – wat ons op strenge blik nummer drie komt te staan.
De volgende inleiding houdt gitaarman kort. Tussen alle echo’s door vang ik een paar verstaanbare woorden op: 1981, Somerkers, gunsteling liedjie. ‘Wablief,’ zegt Didier, ‘gaat hij nu zingen over een lychee?’
… De ogen van de man naast Didier worden moordende kogels. Ik krijg de slappe lach. ‘Nee,’ hik ik. ‘Liedjies is Afrikaans voor liedjes. Hij gaat zijn lievelingsliedje brengen.’
… ‘Benieuwd.’
… Wat volgt, is niet om aan te horen, niet om aan te zien ook. En – voor alle duidelijkheid – ook zonder echo-gedoe zouden we er niet van hebben kunnen genieten. Gitaarman staat erbij als een mummie, tokkelt een melodie uit de jaren stillekes bij elkaar, tovert een extatische blik in zijn ogen, en trakteert ons op een Kerstlied. Kersfees kom, kersfees kom, gee aan God die eer. Gee aan God die eer. Skenk ons ‘n helder somerkersfees.
… ‘Kom,’ zeg ik. Zonder zelfs maar mijn best te doen om stil te zijn, pak ik mijn krukken, en hobbel ik de kerk uit. Minstens tien anderen volgen ons voorbeeld.
(wordt vervolgd)