Reizen en zo – 28

De volgende morgen zitten we met acht aan de ontbijttafel. Croissants, stokbrood, zelfgemaakte confituur. Franser kan niet. Het ontbijt wordt verzorgd door de broer van onze gastheer, want die laatste komt nooit zijn sous sol uit voor de middag. De broer heeft een duidelijke voorkeur voor Engels, maar onze tafelgenoten – een echtpaar uit Parijs, eentje uit Calais en eentje uit Picardië spreken enkel Frans.
… Enfin, aanvankelijk spreken ze níet. Ze smeren hun brood, drinken koffie, tokkelen op hun gsm. Dat kan ik niet laten gebeuren. Waar blijft de charme van een table d’hôtes als iedereen zwijgt.
… ‘Wat een prachtige locatie,’ zeg ik (in het Frans) ‘Fantastisch om hier te zijn.’
… De vrouw uit Calais kijkt op, glimlacht. ‘Uw Frans is goed, maar het is niet van hier.’
… ‘Klopt,’ zeg ik. ‘We komen uit België, het Nederlandstalige stuk.’
… ‘Amsterdam?’ vraagt de Parisien.
… ‘Nee, dat is de hoofdstad van Nederland. Onze hoofdstad is Brussel.’
… Bruxelles kennen ze allemaal, de vrouw uit Calais is er zelfs al geweest. Er ontspint zich een voorzichtig gesprek over van alles en nog wat: het klimaat, de Franse politiek, de levensduurte, de files op weg hierheen (die Didier en ik niet hebben gezien). ‘Over files gesproken,’ zeg ik. ‘Weet iemand van jullie hoe ik de Peage Flux Libre kan betalen zonder een account aan te maken?’ De vraag is eigenlijk bedoeld voor de Parisiens. Wereldburgers als zij moeten toch weten hoe dat systeem in elkaar zit.
… ‘Flux Libre?’ De man fronst. ‘Wat is dat?’
… Ik leg het hem uit.
… ‘Ah, dat! In een bar tabac met licentie.’
… ‘En waar vind ik zo’n bar?’
… Hij haalt een papiertje uit zijn zak. ‘Er zijn er twee in Saint-Valery-en-Caux. Kwartiertje van hier.’ Het gesprek krijgt elan. Dat het een stom systeem is, dat de staat zelfs te luizig is om nog tolpoortjes open te houden, dat die tolwegen hoe dan ook te duur zijn … Burgers, waar dan ook ter wereld, verschillen niet zo veel van elkaar. Als er geklaagd kan worden, is iedereen in zijn element.
Na het ontbijt rijden we meteen naar Saint-Valery-en-Caux om onze schulden te betalen. Fluitje van een cent. Het enige wat je ervoor nodig hebt is het kenteken van je wagen. Met het betalingsbewijs op zak, lopen we door het stadje. We zijn hier al geweest, een jaar of twintig geleden. We hielden er niet van. Nu nog niet.
… Veules-les-Roses daarentegen is een pareltje. Een klaterend watertje dat dwars door het dorp loopt, pittoreske straatjes met fijne winkeltjes, een fabuleus strand. ‘Restaurant?’ vraagt Didier. ‘Of gaan we picknicken?’
… Ik kies voor de picknick. We kopen wat lekkers bij de plaatselijke kruidenier, halen een stokbrood bij de bakker, en installeren ons op het strand. We zijn er niet alleen. Picknicken is zowat de nationale sport in Frankrijk.
Na het eten rijden we naar het plekje waarom het ons eigenlijk te doen is: Sotteville. Op de kaart van Frankrijk is het kleiner dan een muggenscheet. Voor ons is het dorp onze plek in Normandië. We ontdekten het bij toeval, 22 jaar geleden – met dank aan een slecht aangegeven afslag. We kwamen terecht op een pleintje met een hotel, twee restaurantjes en een bakker, een pleintje waar de tijd achteruit leek te lopen. Na een koffie verkenden we de rest. Geen enkel straatje was meer dan twee meter breed, de mairie was tegelijkertijd l’école primaire, alle weggetjes die we namen, leidden (met of zonder omweg) naar ‘de trap’.
… Sotteville ligt hoog boven de zee. Lastig voor de vissers van vroeger. Eind jaren 1800 bouwden ze met vereende krachten een houten trap van 230 treden om van het dorp rechtstreeks naar het strand te kunnen – en vice versa. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de trap door de Duitsers gedynamiteerd. In 1954 werd hij herbouwd in steen.
… Tweeëntwintig jaar geleden daalden we die trap af, en kwamen we terecht op een einde-wereld-strand. Er stond veel wind die dag. De zee was bijna zwart met witte schuimkoppen. Het was vloed. Meter na meter werden we teruggedreven naar die trap. We beklommen hem, samen met het water. Het was ronduit bangelijk hoe de golven naar onze benen hapten. Bangelijk en geweldig!
(wordt vervolgd)