Reizen en zo – 26

Tureluurster/ augustus 29, 2025/ Geen categorie/ 0 commentaren

Deze keer slagen we erin de tolweg te vermijden. Via departementale wegen, soms breed en geasfalteerd, soms nauwelijks meer dan een karrenspoor, kronkelen we door het schone Normandische landschap, zacht heuvelachtig met weidse vergezichten. We passeren dorpjes die uit een antiek fotoalbum kunnen komen. Bokrijkdorpjes op zijn Frans. Met een overdaad aan bloemen en rood-accenten. Het decor van Johan en de Alverman, uit de jaren stillekes.
Net voorbij Fontaine-le-Dun (alweer een hoog Bokrijkgehalte) komen we terecht in een uitgestorven wereld. Geen volk op straat, geen auto’s op de baan. Af en toe een konijn dat over de baan huppelt. En dat op slechts een dikke driehonderd kilometer van Gent. Niet te geloven!
De gps telt af. Over 200 meter rechtsaf. Didier doet het, komt voor een barricade te staan.  Wegenwerken. We rijden verder. Onze gps-madam probeert ons te laten omdraaien. We negeren haar. Ze zoekt een andere invalsweg. Ook die is gebarricadeerd. De derde eveneens. Didier is het beu. Hij springt uit de auto, schuift de barricade aan de kant, rijdt door.
Na een hobbelig parcours langs zandhopen en graafmachines zegt onze gps-madam dat we zijn gearriveerd. Geen kat op straat, oude bomen, huizen uit de Belle Epoque, boven ons hoofd een zon die al een zweempje oranje in zich heeft. Ik open de app van booking.com. Geen bereik. Ik vloek hardop, want deze keer – ja, net deze keer – heb ik het adres van het huis waar we gaan logeren niet opgeschreven. ‘Ik ga een mens zoeken,’ zegt Didier.

Mensen lijken behoorlijk schaars in La Chapelle-sur-Dun. Hij blijft bijna een kwartier weg, ziet er afgepeigerd uit als hij weer achter het stuur kruipt. Ik geef hem ons laatste flesje water. Hij drinkt het in één grote gulp leeg. ‘Een honderdjarige vrouw in een rolstoel,’ zegt hij. ‘Dat is de enige die ik kon vinden. Misschien is ze ook de enige die hier woont. Bizar. Bizar. Hopelijk was ze niet dement. Anders raken we nooit waar we moeten zijn.’ Hij keert de auto, slaat een wegeltje in dat voor verkeer gesloten is, een wegeltje met aan weerskanten bomen. Op slag is het avond.
Het wegeltje wordt nog smaller. De bomen verstrengelen zich met elkaar. Avond wordt nacht. De vrouw was wél dement, denk ik. Die gedachte houd ik voor mij, want ik zie aan het gezicht van Didier dat hij aan het eind van zijn Latijn is.
En dan … verbreedt de wegel, laat weer zon toe. We passeren een bord met daarop Chalet du bel Event. We rijden alweer een andere wereld binnen. We zijn er!
We zijn er, en we zijn meteen verloren. Van op de parkeerplaats (een open plek tussen de bomen) leidt een pad naar een klein kasteeltje –baksteen gecombineerd met zandsteen, hoge ramen, een erker, dakkapellen … alles erop en eraan. Rondom ligt een grote tuin, eerder een klein park, met her en der zithoekjes.

(wordt vervolgd)

Deel dit bericht

Reageer hier