Reizen en zo – 23

Tureluurster/ augustus 22, 2025/ Geen categorie/ 0 commentaren

Tegen een uur of één rijden we Rennes binnen, de hoofdstad van Bretagne. Een oude stad met een moderne uitstraling en bruisend van leven, dankzij de 65.000 universiteitsstudenten die er les volgen. Oude steden zijn meestal nogal kronkelig, Rennes helemaal niet. Begin jaren 1700 stak een dronken timmerman met zijn olielamp een stapel houtkrullen in brand. De helft van de stad (met vooral houten huizen) ging in vlammen op. Voor de heropbouw werd de koninklijke architect uit die tijd aangesproken. Hij ontwierp rechte straten en granieten huizen met strakke lijnen. Sommige van die straten zouden zo uit Parijs kunnen komen.
We lunchen op een beschaduwd terras. De gemiddelde leeftijd is er twintig, schat ik. Iedereen lijkt elkaar te kennen. Er wordt over en weer geroepen, de lachsalvo’s volgen elkaar op. Als we aan de koffie zitten, komt een jongen met meisjesogen ons vragen of we de rest van onze Cider nog opdrinken. ‘Nee, neem maar.’
Als dank tekent de jongen met rode stift een eenhoorn op Didiers hand. ‘Porte chance.’
Dat is Rennes. Dat en nog veel meer.

Het is bijna vijf uur als we koers zetten naar Saint-Malo, een rit van een uur. We rijden rechtstreeks naar het appartementje dat we boekten. Het gelijkvloerse flatje in een groot, vrijstaand herenhuis overtreft onze verwachtingen: ruim en picobello ingericht met een aperitiefplekje in de kleine tuin. Ik stel voor om naar de jachthaven te gaan, intra-Muros te eten, en misschien ook nog eens de toer van de stadswallen te maken. We deden het allemaal de vorige keer dat we er waren, en het was zo mooi dat ik het graag wil terugzien. Didier vindt het prima. ‘We zitten er vlakbij,’ zegt hij. ‘Ik zag een wegwijzer toen ik de auto parkeerde.’
Ik zou instinctief voor links gekozen hebben, maar de wegwijzer stuurt ons naar rechts, een brede, drukke baan met lelijke appartementsblokken. Ik herken niets. Didier evenmin. Net als we willen omkeren, zien we een tweede wegwijzer. We volgen hem, slaan linksaf. Een kwartier later staan we te midden van een industriehaven. Lossers en laders, vorkheftrucks, veel kabaal. ‘Allez, zeg ik, hoe kan dat nu? Vorige keer lagen er hier alleen plezierboten, en dat haventje was veel kleiner, en ronder. Of verwar ik het met een andere plaats?’
Didier haalt zijn schouders op. ‘Ik zou het niet weten, lief. Jij bent het geheugen voor ons samen, dat weet je.’
Hoe verder we doorlopen hoe minder ik ervan snap. Volgens booking.com lag ons appartement op anderhalve kilometer van het oude centrum, en intussen (zie ik op mijn gsm) hebben we al bijna drie kilometer afgelegd, en zitten we nog steeds tussen de loodsen en fabrieken. Zijn we soms in een andere dimensie terechtgekomen?
Het antwoord is simpel, merk ik als we eindelijk de jachthaven bereiken. Niets andere dimensie! De wegwijzers die we volgden waren voor ‘zwaar vervoer’ en maakten een grote bocht. De gps zou ons in een vierde van de tijd hebben gebracht waar we wilden zijn. Enfin, goed voor mijn Samsung-stappenplan en voor onze conditie.
Op een terras in de binnenstad eten we zeewolf met kreeftensaus. Verrukkelijk – al zouden zelfs kleffe frieten gesmaakt hebben, want we zijn bibberig van de honger. Daarna zwerven we nog een uur of wat rond. Saint-Malo bij schemer en bewoond door dansende schaduwen. Een sprookje waar alweer te vlug een einde aan komt.

(wordt vervolgd)

 

Deel dit bericht

Reageer hier