Reizen en zo – 22

Tureluurster/ augustus 20, 2025/ Geen categorie/ 0 commentaren

Wij verkennen die dag het eiland. Dat is nog geen honderd vierkante kilometer groot, we hoeven ons dus niet op te jagen. Het landschap is verrassend afwisselend: zoutmoerassen, pijnboombossen, wijngaarden en zandstranden. Daar tussenin de begijn-dorpen en haventjes. Alles samen te vatten in één woord: paradijslijk!
Of ik al weet waar we de dag erop gaan logeren vraag Didier terwijl we zitten te lunchen met zicht op de haven van Ars-en-Ré.
‘Goed dat je erover begint. Nee.’
 ‘Je meent het?’
… ‘Ik wilde graag naar Oradour-sur-Glane. Daar wil ik al jaren heen, en het ligt hier nauwelijks 250 km vandaan, maar Meteovista geeft daar voor de volgende dagen vierendertig graden. Hier ook. Bijna overal, zelfs in België. Behalve in Normandië. Misschien kunnen we dus beter afzakken.’
’s Avonds installeren we ons met kaart en laptop in het restaurant van ons bospark – de enige plek met Wifi). Nog voor het eten op tafel komt, hebben we geboekt: één nacht in Saint-Malo, twee nachten in La Chapelle-sur-Dun. De beide locaties zien er prachtig uit op foto. Nu maar hopen dat de realiteit er niet voor onder doet.

We laten de autosnelweg links liggen, zoeken onze weg door dorpen en gehuchten, voelen de temperatuur zakken van drukkend dertig naar halverwege twintig.
Rond een uur of twaalf drinken we koffie op een plek die uit een Amerikaanse film lijkt te komen. Een viersprong, te midden van nergens en niets; aan de kant een etablissement met een parking vol camions. Het stemgegons komt ons door de openstaande voordeur tegemoet.
Als we binnenkomen, vallen de gesprekken stil. Er zitten enkel mannen. De meesten hebben dikke buiken en veel tatoeages. Ongetwijfeld routiers. Ze kijken naar ons zoals de herders in Bethlehem naar Jozef en Maria moeten hebben gekeken. De rondborstige dame achter de toog is de eerste die zich herpakt. ‘Weg kwijt?’ vraagt ze niet onvriendelijk.
Pas du tout. Besoin de café.’
Didier verdwijnt naar de toiletten. Aan de andere kant roept iemand dat mijn Frans niet slecht is, en dat ik gerust bij hem mag komen zitten.
La prochaine fois,’ zeg ik, en krijg voorwaar applaus.
We drinken onze koffie buiten, weg van starende blikken, met uitzicht op het vrachtwagenpark. Als ik ga betalen, neem ik onze lege kopjes mee naar binnen. Ik word ervoor beloond met een extra koekje.

(wordt vervolgd)

 

Deel dit bericht

Reageer hier