Reizen en zo – 21

Onze cabane staat in een park vól boshutten. Er is ook een pizzeria, een restaurant, een zwembad en een speeltuin. Center Parcs op zijn Frans? De moed zakt me in de schoenen. Maakte ik alweer een verkeerde keuze?
… Nee, het valt dik mee. De badkamer is ontworpen voor dwergen, de keuken is niet gemaakt om te koken – enkel om op te warmen – en op een stofnest meer of minder wordt er niet gekeken, maar het bed heeft een perfecte matras, het terras is ruim en beschaduwd, het getierelier van de vogels klinkt als hemels gezang. We halen onze bagage uit de auto, en nemen een aperitiefje.
Een kwartiertje later arriveert onze buurman, een dertiger. Hij negeert onze bonjour, loopt zonder omzien naar zijn terras, struikelt over een step, vloekt – in het Duits. Hun terras is een zootje. Er ligt meer speelgoed dan in een gemiddelde supermarkt. Zonder blauwe schenen raak je niet binnen in dat hutje. Dik tien minuten later komt de buurvrouw eraan, met twee kinderen. Een jongetje van een jaar of vijf en een meisje van kruipleeftijd. Ze glimlacht naar ons, een beetje triest. Vijf minuten later beent de man weg, samen met het zoontje. Het dochtertje begint te jengelen, en blijft daarmee doorgaan tot de moeder met haar gaat wandelen. De twee zijn nog maar net de hoek om als vader en zoon terugkeren. Het jongetje bekijkt zijn speelgoed, haalt zijn neus op, en gaat even verderop met zijn handen een put graven, de man tokkelt verwoed op zijn telefoon.
… Didier gaat pizza halen, ik dek de tafel. Terwijl ik daarmee bezig ben, komen moeder en dochter weer thuis. De man springt op en gaat er vandoor. Er zit daar duidelijk een haar in de boter.
… Het over-en-weer-geloop gaat door tot de kinderen in bed liggen. Dan maakt de vrouw een tuinstoel vrij en zet hem bij de terrastafel. Ze vlecht haar lange haar, staart in de verte. Vijf minuten later komt de man ook naar buiten. Hij gaat aan de andere kant van het terras zitten, met zijn rug naar haar toe. Ik sla af en toe een bladzijde van mijn boek om, maar lees geen letter. Buren gluren is op dit moment boeiender. Ook voor Didier, merk ik. Die heeft zijn boek gewoon aan de kant gelegd. Het duurt een half uur voor de man zijn stoel bij de tafel zet en tegenover zijn vrouw gaat zitten. Nog eens een kwartier voor het eerste woord wordt gesproken – door haar. Ze spreekt te stil om verstaanbaar te zijn, ik weet trouwens niet of ik nog een gesprek in het Duits kan volgen. Hoe dan ook … de man lacht.
… Hoe de rest van hun avond en nacht verloopt, kan ik enkel vermoeden. Als wij om halftwaalf naar bed gaan, zijn ze nog steeds aan het praten. De volgende ochtend zitten ze al aan het ontbijt als wij buitenkomen. Allebei in een verkreukelde pyjama. ‘Guten Morgen,’ zeg ik.
… De vrouw kijkt op, lacht. De man zwaait.
… Wedden dat alles weer koek en ei is?
(wordt vervolgd)