Reizen en zo – 17

We zetten koers naar het chateau du Pé, ooit privé, nu een hotel met een park dat openstaat voor iedereen. Ik weet wat we gaan bekijken, Didier niet. Ik leid hem naar het meertje waar een bankje met wijds uitzicht naar ons staat te lonken. ‘Even zitten?’ En kijk, het wonder geschiedt. Van zodra onze billen het hout raken, schiet er midden in het meer een fontein in gang. Het water spuit wel twintig meter hoog.
… ‘Zag je dat?’ vraagt hij. ‘Precies of dat ding doet het voor ons.’
… ‘Misschien is dat wel zo,’ zeg ik. ‘Sta eens recht.’ Ik geef het goede voorbeeld. Hij volgt. Het water valt stil. We gaan zitten. De fontein schiet in actie. ‘Dat is het kunstwerk,’ zeg ik. ‘Er zit een hele filosofie achter, maar die moet je zelf maar lezen.’
… ‘Ga ik niet doen,’ zegt hij. ‘Ik vind het fijner om te geloven dat die fontein speciaal voor mij een inspanning doet.’
… Het zou een zin van mij kunnen zijn. Ja, we passen bij elkaar.
De artiestenkamers in het kasteel, krijgen we niet te zien. Dat genot is voorbehouden voor wie er een kamer huurt. ‘Le pellerin’ bij het Canal de la Martinière vinden we niet. We doen er ook niet veel moeite voor, want we zijn intussen scheel van de honger. Daarom gaan we richting Paimboeuf, iets minder ‘hol van Pluto’, iets meer kans op een natje en een droogje.
… Het kunstwerk daar, iets van een Japanse met een onuitspreekbare naam, is geweldig. Allerhande bouwsels in hout, met zicht op de rivier die daar bijna zee lijkt. Haar creatie is duidelijk in trek bij de jongeren (die er jammer genoeg hun afval achterlaten). Eten of drinken is er niet te vinden. We rijden snel door naar Saint-Brevin-Les- Pins om de zeeslang te bekijken, in de hoop dat … En ja, hoor. Er is daar een etablissement met een groot beschaduwd terras. Helaas is de keuken gesloten. Gelukkig treffen we een dienster uit de duizend. ‘Jullie hebben écht honger, hé,’ zegt ze. ‘Wat denken jullie van ijs met aardbeien en slagroom? Ik zorg voor extra koekjes.’
… Ze houdt woord.
Vlak voor Saint-Nazaire steken we over naar le rive nord. Meer dan drie kilometer Loire valt er te overbruggen. Het is intussen al over vier, en we hebben nog acht werken te zoeken én te bezoeken. We buigen ons samen over de folder en pikken er drie uit: de villa cheminée, het maison dans la Loire en een van de semaphores van Vincent Mauger (hij heeft er een stuk of zes). Het blijken alle drie toppers, sfeervol, bizar, beetje onwerelds. Ze liggen alle drie ver van de bewoonde wereld, op plekjes die we zonder onze gps-madam nooit zouden vinden.
Was alles wat we zagen “kunst”? Ik heb er geen idee van, maar we amuseerden ons, we ontdekten stukjes Frankrijk die we anders nooit zouden hebben gezien, en we waren niet altijd verrukt, maar meestal wel verbaasd. Wat mij betreft, is de route een aanrader.
(wordt vervolgd)