Reizen en zo – 16

Tureluurster/ augustus 6, 2025/ Geen categorie/ 0 commentaren

Bij thuiskomst treffen we Marc die lakens staat te strijken. Of we nog een nacht langer kunnen blijven, vraag ik.  Dat we de kunstroute langs de Loire willen doen, en dat zijn flat een perfecte uitvalsbasis is. ‘Of twee nachten,’ zegt Didier. ‘Er valt hier nog van alles te beleven.’
Marc neemt er zijn agenda bij. ‘Eén nacht lukt. En begin morgen jullie toer in Trentemoult. Dat is een pleisterplek voor kunstenaars.

Omdat we de warmte vóór willen blijven, vertrekken we de volgende ochtend al om negen uur, en we volgen Marcs raad: we starten in Trentemoult, een klein vissersdorp aan de oevers van de Loire. Wat meteen opvalt, zijn de felgekleurde huizen. Indertijd gebruikten de vissers de verfresten van hun boten om de gevels van hun huizen te schilderen. De huidige bewoners hebben die traditie in ere gehouden. De felle kleuren, in combinatie met een overvloed aan stokrozen en ander groen geven het dorp een Bohémiensfeer. Er is nauwelijks volk op straat, de meeste winkeltjes en horecazaken zijn nog gesloten. Er wonen blijkbaar geen vroege vogels, daar in Trentemoult. We sluiten ons bezoek af op het terras van La Civelle met zicht op de ‘skyline’ van het oude Nantes. Veel fijner kan een dag niet beginnen.

De tocht die we gaan maken, volgt de boorden van de Loire tot in Saint-Nazaire. Daar zullen we de brug nemen naar de andere oever, om terug te keren. Die toer is een onderdeel van Le voyage à Nantes, een initiatief dat werd opgestart in 2012. Met een kunstroute voor wandelaars in de stad, en een autoroute voor wie graag de wind in zijn haar heeft. We kregen van Marc een plannetje met de te bezoeken werken. We pikken er vijftien uit van de achtentwintig. Pure zelfoverschatting!
Nummer één missen we omdat de wegwijzers elkaar tegenspreken. We rijden rechtstreeks naar nummer twee. De officiële parking ligt anderhalve kilometer van de plek waar we moeten zijn. Stom dat we ons aan de regels hielden, merken we achteraf, want op de scheepswerf van Port Lavigne (waar we moeten zijn) is er parkeerplek voor minstens honderd voertuigen. Er staan er twee. Een pijl leidt ons naar een zandpad tussen bomen en struiken. De zon is volop van de partij; veel hommels, veel vliegen, zweten in het kwadraat.
Na zowat vijfhonderd meter treffen we een bordje met een qr-code, waar we niets mee opschieten, omdat we alweer geen bereik hebben. ‘Wat zoeken we eigenlijk?’ vraagt Didier.
‘Apen,’ zeg ik, en een jaguar. Het beest, niet de auto.’ Ik toon hem de folder. Tevergeefs speuren we de omgeving af. Niets.
We lopen door, het zweet loopt intussen uit mijn haar. Ruim een kilometer verder, net als we op het punt staan rechtsomkeert te maken, vinden we nog een tweede code. Onder, boven, links, rechts … niets te zien. Ik wring me tussen de struiken, kom terecht in een stukje bos waar de bomen verder uit elkaar staan. Dan zie ik ze, hoog boven mijn hoofd: een apenkolonie. Hoe ze eruitzien voor mensen met een goed zicht, weet ik niet, maar voor mij lijken ze echt. Ik zou zelfs durven zweren dat ze bewegen😉 Had ik ze aangetroffen ‘op den bots’, zonder te weten dat het een kunstwerk was, dan was ik me een bult geschrokken.
 Als we weer bij de auto arriveren, hebben we vijf kilometer in onze benen zitten, en staat de zon bijna loodrecht. Nee, we zullen deze route niet kunnen afwerken.

(wordt vervolgd)

Deel dit bericht

Reageer hier