Reizen en zo – 15

Na het eten installeer ik me op het terras om uit te vogelen wat we de dag erna gaan doen. De keuze is rap gemaakt. We gaan naar ‘het eilandje’. Dat woord mag je letterlijk nemen. Nantes ligt aan het begin van het estuarium van de Loire, wat wil zeggen dat de rivier daar behoorlijk breed is. Île de Nantes ligt er middenin. Tot 1987 was het voor een groot deel bezet door scheepswerven. Nu is het de thuisbasis voor cultuur, spek voor onze bek!
… We gaan met de tram, snel, goedkoop, een stuk overzichtelijker ook dan de Lijn hier bij ons. Het Île is duidelijk de plek van de toekomst. Overal wegenwerkers, overal bouwwerven, overal cafés en bistro’s die hun opening aankondigen.
… Wij lopen rechtstreeks naar Les Machines de l’ Île.
Nantes is de geboortestad van Jules Verne, en iets van zijn genialiteit en fantasie is er blijven hangen. La Galerie des Machines wordt bevolkt door vreemde mechanische wezens, geïnspireerd door Verne en Leonardo Da Vinci. Het levenswerk van twee oud-leden van het theatergezelschap van Royal de Luxe. Twee mannen met gouden vingers en veel verbeelding.
… Er is veel volk, ik hoor Engels, Hollands, Spaans, Italiaans en een aantal talen die ik niet kan thuisbrengen. We zijn amper binnen als we worden aangesproken door een van de medewerkers. Of we willen meewerken aan de paardans van de vogels? Noch Didier, noch ik weten wat ons te wachten staat, toch zeggen we allebei ja.
… Tien minuten later – als de vlucht met de Dinosauriër is afgelopen – worden we, samen met twee Japanners, een trapje opgeleid. We komen oog in oog te staan met de vogels. De Japanners zullen het bronstige mannetje bedienen, wij het vrouwtje. Terwijl het publiek toestroomt, krijgen wij onze instructies. Hoe we poten, vleugels, kop en ogen moeten bedienen, dat we zelf geluiden mogen fabriceren, dat we ons eigen verhaal mogen verzinnen, dat we ons vooral moeten amuseren. En dat doen we!
Daarna maken we een ritje op de grote olifant en na een (slechte) lunch een toertje op de meest spectaculaire draaimolen die we ooit zagen. Drie verdiepingen hoog, zo retro als iets retro kan zijn, en tegelijkertijd een toonbeeld van vernuft. Telkens worden we omringd door kindjes op schooluitstap. De baliemedewerkster probeerde ons nog een ander tijdslot aan te praten, eentje zonder kinderen. Gelukkig gingen we niet in op haar aanbod. Het gekwetter, gejoel en gedrum van het jonge volk is een absolute meerwaarde. Ik voel me weer tien, op het kermismolentje van Karel. Waar is de tijd …
(wordt vervolgd)