Reizen en zo – 10

Zondag acht juni is het in de hele regio fête de la nature. Tentjes, podia met plaatselijke beroemdheden, workshops bloemschikken, giftige paddenstoelen spotten. Vanaf acht uur ’s morgens stromen de toeristen toe. Al bij het ontbijt worden we getrakteerd op Franse schlagers. Tijd om te vertrekken. Mijn groene Michelin stuurt ons naar Saint-Cénéri-le-Gérei, een verrukkelijk kunstenaarsdorpje in een sublieme omgeving.
… We hebben er onze twijfels bij. Kunstenaarsdorp bleek in het verleden meestal synoniem voor gekunsteld en duur. Saint Cénéri is een uitzondering. Het oogt middeleeuws, en het ademt middeleeuws, niet verpest door souvenirwinkels of een overdaad aan horeca. Hun fête de la nature is tegelijkertijd een fête culturelle. Alle kerkjes, kapelletjes en oeroude burgerwoningen zijn omgetoverd tot ateliers of galerietjes. We blijven er veel langer hangen dan gedacht, vervelen ons geen minuut.
Het is al ruim na de middag als we neerstrijken op een terras voor een snelle hap. We haasten ons naar de enige vrije tafel. Een stel met twee grote honden is ons voor. Dat we er gerust bij mogen, zegt de vrouw in het Engels. Dat zij en haar man elkaar toch niets te zeggen hebben. ‘She’s right, sit down,’ beaamt de man. Hij schuift een stoel achteruit voor mij.
… Ik kijk even naar Didier. Hij knikt.
… Een beetje onwennig zitten we met ons vieren tegenover elkaar. De grootste van de twee honden, een labrador, legt zijn kop op de dij van de vrouw. Ze krabt hem achter de oren. De tweede (een mij onbekend ras) gaat bij haar voeten liggen. De ogen van de man vernauwen zich. Je ziet zijn bloeddruk bijna de hoogte inschieten. Hier komen vodden van. ‘I am Ingrid,’ zeg ik snel, ‘and he,’ ik leg mijn hand op Didiers arm, ‘is Didier. We are from Belgium.’
… De vrouw kijkt op, glimlacht. ‘He’s Paul, I am Daisy. Liverpool. This is our last holiday together, we are getting divorced.’
… Even zit ik met mijn mond vol tanden. Didier zegt vaak dat ik recht voor de raap ben, maar vergeleken met deze vrouw ben ik een introvert trutje. De dienster komt onze bestelling opnemen. Het worden vier slaatjes, een fles wijn en een fles water. Tijdens het eten krijgen we hun verhaal te horen. Ze zijn elkaar beu, willen elkaar kwijt, maar raken het niet eens over de verdeling van de honden. Allebei willen ze de labrador. Tijdens deze gezamenlijke vakantie willen ze erachter komen of de hond een voorkeur heeft. ‘En?’ vraagt Didier.
… Ze knikken, allebei. ‘Hij wil bij haar zijn,’ zegt Paul. ‘De andere ook. Misschien moet ik ook maar bij haar blijven.’
… ‘Maybe,’ zegt Daisy. Haar ogen zijn verdacht vochtig. Ze snuit haar neus, zet haar zonnebril op.
… Hoe hun verhaal afloopt? We zullen het nooit te weten komen.
(wordt vervolgd)