Reizen en zo – 8

Witte wolken maken plaats voor grijze die pijlsnel samenklonteren. Het begint te miezelen. Ik heb een regencape bij, Didier niet. Wanneer zowel zijn hemd als zijn trui aan zijn vel kleven, houden we de verkenning van de stad voor bezien, en zetten we koers naar onze volgende logeerplek. Die ligt een tiental kilometer buiten de stad.
… Halverwege laat de gps het afweten. Geen bereik. Ik plooi de landkaart open, en gids ons naar Saint-Léonard-des-Bois, een dorpje met amper vijfhonderd inwoners, prachtig gelegen in de Alpes Mancelles. Twee souvenirwinkels, vier restaurants, een bar tabac en een kladje huizen. Kortom: een toeristenplek, hoewel er bij aankomst geen kat te zien is.
Het huisje waar we twee dagen zullen logeren, ligt aan het einde van een doodlopende straat, halverwege een heuvel, en is enkel te bereiken via de oprit van de rechterbuur. Het is ongetwijfeld ingericht door een volstrekt kleurenblinde. Binnen is alles sombergrijs en er staan zo veel lelijke meubelen dat er nauwelijks bewegingsruimte is. Het beloofde spectaculaire uitzicht is een lachertje. Dat krijg je enkel te zien als je boven uit het raam gaat hangen. Het ‘zonneterras’ ligt ingesloten tussen de achtergevel van de linkerbuur en een verweerde stalpoort. Het onkruid tiert er welig. Kortom: zijn geld niet waard!
… We laden de bagage uit, installeren ons en wandelen de steile helling af naar de bar tabac voor een aperitiefje. We kunnen onze ogen niet geloven. In het kleine half uur dat we binnen waren, is er een ware volkstoeloop geweest. Alle terrassen zitten vol, in de hoofdstraat is het filerijden. ‘Misschien best al ergens een tafeltje reserveren voor het eten straks,’ zegt Didier. We maken de toer van het dorp. In de pizzeria hangt een rioollucht, die valt dus af. Passage hoort bij een camping en serveert enkel vettige brol, la maison du Gasseau is volgeboekt. Rest enkel La Cave à Bière.
Intussen is er een tafeltje vrijgekomen op het terras van de bar tabac. We drinken op ons gemak een glas wijn, klimmen daarna de heuvel op naar ons tijdelijke huis. Net voorbij de laatste bocht krijgen we een plensbui over ons heen. Ik voel mijn humeur kelderen. Dat verbetert er niet op als we voor onze deur een karretje met kuisgerief aantreffen. Bovenop ligt een geplastificeerde brief. Dat we niet betaalden voor de opkuis, en dat we die dus na afloop zelf moeten doen. Ik val compleet uit de lucht. Naar een goede review op Booking.com kunnen ze hier fluiten. Dat staat vast!
(wordt vervolgd)