Reizen en zo – 7

Als lunch eten we de resten die we meekregen in Kington. We installeren ons in een wei – onder toezicht van twee koeien, vervolgen daarna onze weg naar Alençon.
… Als we plaatsnemen op een van de terrasjes is de wekelijkse markt net afgelopen. De laatste kraamwagen manoeuvreert zich het centrum uit. Wat rest is een plein vol afval. Twee minuten later komt er een camionette van de stad aangereden. Een donkerbruine jongeman laadt een soort van bladblazer uit, gaat er op zijn knieën naast zitten. Minutenlang. ‘Zit die te bidden?’ vraag ik aan Didier.
… ‘Zou kunnen.’
… ‘Zonder matje?’
… Hij haalt zijn schouders op, neemt een slok koffie.
… Na dik tien minuten staat de jongeman op. Hij loopt naar de camionette, haalt er een grijper uit en twee plastic zakken. Op zijn dooie gemak begin hij afval te verzamelen. Groen in de ene zak, rest in de andere. Het gaat tergend traag. Elk stuk afval wordt gewikt en gewogen voordat het in een van de zakken verdwijnt. ‘Allez zeg, op die manier is hij een week bezig!’
… ‘Wat hebt gij toch met die gast,’ zegt Didier. ‘Vertel liever eens wat we nu gaan doen.’
… ‘Botsen.’
… ‘Verhelst!’
… Even ziet het ernaar uit dat we ruzie krijgen. De opruimdienst van Alençon is ons voor. Een tweede camionette komt het plein opgereden. Er springt een wat oudere man uit. Zelfs met mijn nog wazige nieuwe oog kan ik zien dat hij op is van de zenuwen. Hij snokt de grijper uit de hand van de jongeman, tikt met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd, vult het brandstofreservoir van de blazer, zet het ding in gang. Dan springt hij weer in zijn wagen en rijdt weg. Van zodra hij uit het zicht is, zet de jongeman de brullende blazer af, en gaat door met zijn grijpwerk.
… Het zou een levensles kunnen zijn …
(wordt vervolgd)