Nieuws

Schrijfweetjes



 

Hoe je de wereld ervaart, heeft te maken met wie je bent. Ga je samen met je zoon van zes naar zee, dan ziet hij een avonturenparcours met water en zand, terwijl jij vooral gevaar registreert. Voor een doemdenker is de meteropnemer een terrorist, voor een nymfomane is hij een nieuw speeltje.


Zo gaat dat. Iedereen bekijkt de wereld om zich heen vanuit zijn eigen, hoogst individuele perspectief.


Het vertelperspectief is het standpunt van waaruit een tekst of een tekstgedeelte wordt verteld.
Wil je de geschiedenis van Philippe en Mathilde neerschrijven, dan kan je hun verhaal vertellen vanuit het standpunt van Philippe, vanuit het standpunt van Mathilde of vanuit het standpunt van een verteller die hen allebei in de gaten houdt – wat gegarandeerd drie uiteenlopende verhalen zal opleveren, zelfs al ga je telkens aan de slag met dezelfde gebeurtenissen.


Je kan de personages zelf aan het woord laten in de ik-vorm, of je kan OVER hen schrijven (het verhaal krijgt dan een hij/zij-vorm).
Het gekozen perspectief bepaalt hoe de lezer het verhaal zal ervaren, en voor welke van de personages hij het meest empathie zal kunnen opbrengen.

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen het fysiek en het psychisch perspectief.
Het fysiek perspectief bepaalt wat de lezer ‘te zien’ krijgt via de ogen van een personage.
Wat dat personage waarneemt, hangt af van zijn/haar persoonlijke eigenschappen, en van de situatie waarin hij/zij zich bevindt. Een hond ziet de wereld anders dan zijn baasje. Iemand die sterft van de honger bekijkt een appel met heel andere ogen dan de rijke zakenman met een copieuze maaltijd achter de kiezen. Heeft je personage zich verstopt onder een bed, dan worden schoenneuzen belangrijker dan echte neuzen …


Het psychisch perspectief geeft de lezer inzicht in het karakter en de gevoelens van de personages.
Dat kan van binnenuit of van buitenaf. In het eerste geval trekken we de lezer mee in het hoofd en het denken van het personage. (voorbeeld: hij voelde zich niet op zijn gemak) In het tweede geval gaan we de lezer de gevoelens en het karakter van een personage laten afleiden uit wat dat personage doet (voorbeeld: hij wierp een snelle blik over zijn schouder en haastte zich de straat uit)